Make your own free website on Tripod.com

Oranjeschool Amsterdam

Home
argief
reunie 1984
vervolg reunie
klassenfoto's
Diamant buurt
gastenboek
contact

ook via

tolstr.jpg

douwe.jpg

Herinneringen aan de Oranjeschool door Douwe Zeilmaker

 

Vanaf september 1950 bezocht ik de eerste kleuterklas van Oranjeschool.

Ik zal die eerste dag wel door m’n moeder naar school zijn begeleid.

De school was gelegen in de Tolstraat in het gedeelte tussen de Van Woustraat en de Toldwarsstraat, Links ervan bevond zich een grote stomerij en rechts was er een soort van groothandel in school- en schrijfpapier. Tegenover de Oranjeschool bevond zich  een pakhuis van de “CoŲperatie” waarin levensmiddelen opgeslagen lagen.

Het gebouw stamde uit 1903 en had een bruine gevel met hoge smalle ramen voorzien van tuimel bovenlichten en het geheel werd bekroond door een soort van kantelen metselwerk. De ingang van het gebouw bestond uit een diep portiek in het midden van de gevel, dat begrensd werd met een boog met daarboven in de gevel de tekst “Vereniging der Vrije Christelijke School” Het portiek kon worden afgesloten door een metalen groengeschilderd hek. Achter in dat portiek bevonden zich dan de eigenlijke hoge groene toegangsdeuren. Naast de deuren bevond zich een vierkante koperen trekker waarmee een trekbel bediend kon worden binnen het gebouw en waarvan het geklingel een hoop herrie gaf. In de toegangshal, bevond zich rechts de deur die toegang gaf tot het gymnastieklokaal en links de deuren die leidden naar de twee kleuterklassen aan de straat-, en aan de speelplaatskant. Meer naar achteren, aan de rechterkant van het trappenhuis bevonden zich de toiletten.

Recht vooruit bevond zich een blauwstenen trap met uitgesleten treden, met aan weerskanten de trapleuningen met de houten geleiders voorzien van koperen knoppen om te voorkomen dat leerlingen zich naar beneden konden laten glijden. Een groot glazen raam in de achtergevel van het trappenhuis bood uitzicht op de speelplaats, met de drie zandbakken en daarachter en in het midden een grote plataan. Zowel op de eerste als de tweede verdieping bevonden zich dan ook nog vier lokalen. Maar voorlopig zou ik zo ver nog niet komen in het schoolgebouw.  

 

tolstr84.jpg

De eerste klas van de kleuterschool bevond zich in het lokaal op de begane grond aan de straatkant, aan de linkerkant van de ingang van de school Opvallend was hoe hoog de lange smalle ramen in de gevel geplaatst waren. Waarschijnlijk was dat met opzet gedaan, om te voorkomen dat leerlingen naar buiten konden kijken.

Opvallend was ook het grote glazen glaswerk dat zich over de gehele wand tussen de twee lokalen uitstrekte en dat van boven begrensd werd door een sierlijke boog.

Evenals in de andere lokalen, stond er een grote kolenkachel, voorzien van een lange afvoerpijp die in de winterperiode eerst met turf werd aangemaakt en daarna brandende werd gehouden met steenkolen (de brandstof lag opgeslagen in een turf- en steenkolenhok onder de trap) door de conciŽrge, meneer Lente. Het was een klein mannetje met krullend haar, kleine slimme oogjes en ringetjes in zijn oren. Hij was afkomstig uit Drente en sprak dan ook met een dialect. Hij was meen ik turfschipper geweest. Verder hield Lente de school schoon en ook moest hij telaatkomers naar Cappon doorsturen. Maar vriendelijk als hij was lichtte hij daar meestal de hand mee. Hij woonde vlak bij school in de Toldwarsstraat in het gedeelte tussen de Tolstraat en de Pieter Aertzstraat tegenover de zijgevel van de CoŲperatie.

Als hij jarig (of ziek) was en was thuis dan werd er wel eens wat bij hem thuis gebracht door een leerling, een bloemetje of zo.

De eerste kleuterklas werd geleid door de jong knappe blonde juffrouw de Groot, die ons liefdevol opving.

 

Van die eerste kleuterklas herinner ik me namen als Tonnie Hoekstra, Drea LefŤbre, Ansje Richard, Henk Stel, Bert Hartlief etc.

We kregen een plaats toegewezen in kleine stoeltjes aan lage tafeltjes en werden bezig gehouden met plakken, prikken, vlechten, spelen met houten figuren in de vorm van huizen en andere afbeeldingen dit alles onder leiding en toeziend oog van die leuke juffrouw De Groot. Ik ging met veel plezier naar school waar ik helemaal op ging in m’n spel; of het nu om het spelen met blokken ging in het lokaal, of het buitenspelen in een van de zandbakken op de speelplaats. Overigens ging de klas af en toe ook wel eens de straat op. Zo gingen we op een mooie dag een keer naar de Talmastraat waar we ter hoogte van een kruidenierswinkel op het plein spelletjes gingen doen, zoals “zakdoekje leggen” en “moet dwalen, langs bergen en langs dalen” etc.

Tijdens de Sinterklaasperiode mochten we in de klas onze schoen zetten bij de grote kachel en natuurlijk zat er de volgende morgen iets in Op de dag zelf was er in het front van het lokaal een stellage gebouwd met daarop allemaal cadeautjes. We mochten om de beurt iets uitzoeken en ik koos voor een plastic geel en rood gekleurd radarbootje Natuurlijk maakte ook Sinterklaas zijn opwachting in de persoon van meneer Cappon waarbij ik nog even op schoot mocht zitten Ik kan me niet herinneren dat er dat jaar iets met kerst werd gedaan maar dat zal toch wel het geval zijn geweest

 

Toen we aan het einde van een morgen in de klas op het punt stonden om naar huis, stond klasgenootje Bert Hartlief naast me toen hij plotseling begon over te geven en waarbij een golf van z’maaginhoud ook op mijn kleding terecht kwam.

In die klas viel Adrie van Oostrum op een dag zodanig, naar ik meen in de zandbak, dat hij daarbij ernstig zijn tong beschadigde. Hetzelfde overkwam mij later in de klas, maar dan minder ernstig. Op een keer kwam m’n moeder mij afhalen van school en   raakte daarbij nog even in gesprek met juffrouw De Groot, terwijl ik ondertussen wat in het lokaal rondliep en waarbij ze niet op me letten. Door een wilde en ongelukkige beweging kwam ik plotseling te struikelen en wel zodanig dat ik precies met m’n kin op de smalle houten rugleuning van een stoeltje viel terwijl ik m’n tong tussen m’n tanden had. Het gevolg was dat m’n tong beschadigd raakte en behoorlijk bloedde.

Het was juffrouw de Groot die mij het eerste geestelijke liedje leerde zingen en wel het  collecteliedje  “ 'k breng mij kleine gave, vrolijk en zo blij”.

 

Vanaf september 1951 bezocht ik de tweede kleuterklas die zich aan de kant van de speelplaats aan de zonzijde bevond. Het was voor mij een vervelende ervaring dat ik nu die leuke juffrouw de Groot moest verruilen voor de pinnige juffrouw Wellensiek Het was een klein vrouwtje met een brilletje voorzien van dikke glazen op haar neus met daarachter kleine stekende oogjes, watjes in haar oren en verband om haar benen Ze was bovendien wat bits en m.i. in feite totaal ongeschikt om als kleuterleidster te fungeren.

badhuis.jpg
Badhuis

De weg naar en van school nam ik nu en ook in latere jaren meestal via de Diamantstraat, dan linksaf de Lutmastraat en Lutmaplein op waar zich een kleine houthandel en taxigarages bevonden (ooit werd er een wand gemetseld van kleine geglazuurde lichtgroene tegels, tegen de gevel van een gebouw waar later Dikkie Verloop kwam te werken), langs Blackmolly naar de Van Woustraat met op de hoek vishandel Keijzer. Ik sloeg deze straat rechtsaf en liep voorbij o.a. wijnhandel Velzeboer (boven die winkel woonde Hans van Willigenburg) om   daarna de Van Woustraat over te steken recht tegenover de slagerij van Le FŤbre en dan vervolgens bij de apotheek de hoek om te slaan naar de Tolstraat.Op de terugweg nam ik ook wel eens de Van Woustraat om deze pas te verlaten bij de Carillonstraat (waar ik soms bij de groenteboer Ooievaar een worteltje pikte uit een van de houten kisten die uitgestald stonden voor de winkel) om vervolgens via het Smaragdplein en langs het badhuis weer de Smaragdstraat te bereiken.

 

smarachtplein.jpg
smarachtplein

Ik herinner mij in deze klas o.a. Hans Hutter die meen ik een jaar ouder was dan ik. Later zat hij niet meer bij mij in de eerste klas. Hoe het kwam dat hij toch bij ons in de klas zat weet ik niet.  

Ook in deze klas moesten we ’s morgens altijd vlechten (maar dan in een wat ingewikkelder vorm), plakken etc. Maar ‘s middags mochten we ons bezighouden met speelgoed in de vorm van blokkendozen, legpuzzels van houten stukjes, of wat dan ook. Vooral in trek was een bouwdoos waarbij met behulp van losse houten balkjes en dakbedekkingen een gebouw in elkaar kon worden gezet. Maar ook geliefd was en doos met een aantal dierenfiguren en hekwerkjes die rechtop gezet konden worden.Vaak werden deze twee speeltjes tegelijk gebruikt door klasgenootjes die in dezelfde bank zaten zodat het houten huis dan als stal kon fungeren in een dierentuin. Ook in deze klas speelden we met mooi weer, wel in de zandbakken op de speelplaats. Daartoe kregen we een zinken emmertje en houten schepje uitgereikt vanuit een houten kast die zich op de speelplaats bevond.

 

In de tweede klas leerden we ook klok kijken. En verder leerde ik er met name het Hemelvaartliedje zingen: “Op een lichte Wolkenwagen”.

Als we stout waren geweest (een begrip waar we voor het eerst mee te maken kregen onder juffrouw Wellensiek) of te druk in haar ogen dan moesten we plaatsnemen op een los vierkant houten podium vooraan in de klas, zodat we goed in de gaten konden worden gehouden. Ik heb er zelf een keer gezeten, samen met Henk Stel.

 

schoolmelk.jpg

Het was in deze klas dat het drinken van schoolmelk werd geÔntroduceerd.

In de vorm van flesjes melk van ongeveer een kwart liter die een paar maal in de week in metalen kratten werden bezorgd. De kratten werden dan opgesteld op datzelfde losse vierkanten podium. Een ieder mocht om de beurt zijn of haar flesje op komen halen waarbij dan een stevig papieren rietje werd verstrekt, dat binnen de kortste keren zo doorweekt was dat er bijna niet meer mee te drinken viel. Het werd als heel bijzonder ervaren om zo in de klas met z’n allen melk te drinken. Het leek ook of de schoolmelk anders smaakte en misschien was die ook wel van een goede kwaliteit, bv. wat vetter. De melkdoppen werden gespaard voor zendingsactiviteiten. Daartoe namen we ook melkdoppen van huis mee. Er moest, meen ik voor de schoolmelk wel worden betaald door de ouders, in ieder geval voor hen die dat konden opbrengen.

Ook in dit schooljaar (en trouwens ook daarna) werd er een sinterklaasfeest gehouden en dit maal in het gymnastieklokaal waarbij de heer Cappon weer optrad als Sinterklaas in een niet een al te overtuigend Sinterklaaspak en dito staf.

 

Vanaf deze tweede kleuterklas kreeg ik voor het eerst bewust te maken van het fenomeen van jarig zijn op school. Met een zak snoep en chocolaatjes ging je dan met een bijzonder gevoel naar school. In de kleuterklas kreeg je zelfs nog een strik opgespeld en werd je toegezongen. Dan mocht je de snoepjes, zoals toffees e.d. uitdelen (soms werd er door klasgenootjes stiekem gevraagd om twee snoepjes) Als dat gebeurd was mocht je alle klassen van de school rond gaan om de diverse leerkrachten te trakteren, op een chocolaatje. Je mocht twee klasgenootjes aanwijzen om je daarbij te begeleiden en iedereen deed dan altijd zijn best om uitgekozen te worden en ze wilden dan wel even je beste vriendje zijn. Zelf vond ik het natuurlijk ook leuk om uitgekozen te worden. Meestal koos je in ieder geval ook degene die vlak naast je in de bank zat. In deze tweede klas van de kleuterschool kon ik echter geen keuze maken toen ik jarig was en juffrouw Wellensiek koos toen Gerda Boeijnk voor mij uit. De reacties van de diverse leerkrachten was bij die rondgang uiteraard verschillend. Vaak kreeg je een beloning in de vorm van een plaatje of iets anders.

 

Gedurende dat schooljaar ging ik voor het eerst, althans wat de Oranjeschool betreft, op schoolreisje en wel naar het strand en dan waarschijnlijk naar Zandvoort. De middag daarvoor speelden we in de zandbak op de speelplaats terwijl we met spanning dachten aan de dag die komen ging. 

Het is hier misschien de plaats om verder op het verschijnsel schoolreisje in te gaan. Het zou een jaarlijks terugkerende gebeurtenis blijven waar ik naar uitzag. Ik had zelfs het voorrecht om dat tweemaal per jaar mee te mogen maken omdat ik ook de Oranje Kinderkerk bezocht die eveneens schoolreisjes organiseerde. De nacht daarvoor kon ik niet of nauwelijks slapen van de spanning. Het is wel gebeurd dat m’n ouders me op zo’n vooravond meenamen achterop de fiets naar het Amsterdamse Bos omdat het mooi weer was maar ook omdat ze hoopten dat ik daarna dan goed kon slapen. Maar veel hielp het niet en ik was de volgende morgen al weer heel vroeg wakker waarbij ik de vogels hoorde fluiten, totdat het daglicht gloorde en ik op mocht staan. Wat de zondagschool betreft; daar had men een spaarsysteem bedacht. Hoe we spaarden op de Oranjeschool weet ik niet meer. Wat die schoolreisjes zelf betreft waren er wel enkele markante verschillen tussen die van de Oranjeschool en de zondagschool. Zo huurde de Oranjeschool altijd tourbussen, terwijl de zondagschool het deed met groene lijnbussen, waarvan het eindstation in de Wibautstraat was gelegen. Bij de schoolreisjes van de Oranjeschool moest je zelf zorgdragen voor brood onderweg (meestal kreeg ik kadetjes mee, die bij Van Brummelen gekocht waren omdat die zo lekker vers waren, met schijfjes banaan er tussen, die ik dan meedroeg in een soort van groene quasi legerpukkel, die dichtgemaakt kon worden d.m.v. strikjes. De schijfjes banaan waren dan meestal beurs geworden en het smaakte in de loop van de dag dan ook niet lekker meer, geplet als alles was).Wel kregen we dan bij een uitspanning of waar dan ook een glas ranja aangeboden. Echter de zondagschool zorgde ůůk voor de proviandering in de vorm van belegde broodjes (ik kan me nog herinneren hoe het personeel van de zondagschool met z’n allen broodjes stond te smeren in het gymnastieklokaal) Op de plaats van bestemming kregen we dan niet ranja maar een flesje priklimonade te drinken. Dan was er ook verschil in de bestemming zelf. De schoolreisjes van de Oranjeschool hadden vaak ook iets educatiefs terwijl het bij de uitstapjes van de zondagschool zuiver en alleen om het plezier ging. Ik heb het idee dat de zondagschool altijd net iets meer uitpakte dan de Oranjeschool. Of wellichte maakte de Oranjeschool in sommige opzichte de verkeerde keuze. Een luxe tourbus zal meer aan huur gekost hebben dan zo’n groene lijnbus. Maar voor kinderen zijn alle bussen hetzelfde, als ze maar rijden. En het krijgen van belegde broodjes en een flesje echte priklimonade in plaats van ranja en het zelf moeten meenemen van brood maakte wel een groot verschil. Overigens kan ik me van al die bestemmingen niet zo veel meer herinneren. Vaag staat me bij, een bezoek aan Zeist (wellicht de piramide van Austerlitz??) We zijn in ieder geval wel eens door Zeist gereden waarbij ik me nog een reclamebord van Gero kan herinneren Er was in ieder geval altijd wel sprake van een bezoek aan een of andere uitspanning compleet met speeltuin ergens in de bossen op de Veluwe, in het Gooi of aan de kust waar we dan eerst aan lange houten tafels op schragen ons brood moesten eten voordat we mochten spelen. Wat me het meest van de zondagschool is bijgebleven was een bezoek aan de Efteling die toen nog niet zo lang bestond en dat indruk op me maakte, vooral ook vanwege het feit dat we overal voor niets in mochten, dit in tegenstelling tot een kermis. Het sprookjesbos zelf vond ik prachtig maar ook het rijden in een locomotiefje op echte rails die je dan zelf in beweging moest brengen door op fietspedalen te trappen vond ik een belevenis.

klimduin.jpg
klimduin schoorl

Verder kan ik me een bezoek aan het klimduin van Schoorl herinneren dat in mijn toenmalige beleving gigantisch hoog en steil was.
 

Persoonskaart

Hendrik (Henk) LENTEN,   huisschilder, verpleger, schipper, schoolconcierge Oranjeschool Amsterdam, geboren op 14-06-1896 om 19.00 uur te Noord, Hoogeveen, overleden op 04-12-1978 te Amsterdam op 82-jarige leeftijd, begraven op 08-12-1978 te Westgaarde, Amsterdam,  

 

Verder werden we op een schoolreisje eens getrakteerd door conciŽrge Lente (die dus ook van de partij was), op een bezoekje aan de Echoput bij Apeldoorn

Na zo’n hele dag spelen in de buitenlucht reden we dan weer moe maar voldaan naar huis. Onderweg in de bus werd  meestal snoep rondgedeeld die schoolgenootjes nog over hadden. Er was ook altijd wel sprake dat kinderen wagenziek werden en zij die daar gevoelig voor waren kregen altijd een plaatsje voorin de bus. Vooral kan ik me herinneren dat Drea LefŤbre daar last van had. Van een keer weet ik nog dat we nauwelijks in de Tolstraat waren gearriveerd en uitgestapt waren dat ze prompt moest overgeven en kennelijk had ze die dag veel tomaten gegeten want het vormde het hoofddeel van wat er op straat lag.

 

Zelf vond ik het rijden in de bus heerlijk. Alleen al dat moment van instappen en een goed plaatsje opzoeken was een feest. En dan dat moment van wegrijden, hoog verheven boven de ouders en andere familieleden en kennissen die nog naast de bus stonden en ons dan nawuifden; heerlijk vond ik dat.

Onderweg zongen we dan: “we gaan nog niet naar huis nog lange niet, nog lange niet”

Het terugkeren naar huis had altijd z’n vaste rituelen. Zo werd er onderweg, als we Amsterdam naderden steevast gezongen: “we zijn er bijna, we zijn er bijna maar nog niet helemaal”. Hoe dichter we bij Amsterdam kwamen hoe heftiger wij dat zongen. Als we vlak bij school waren doken alle kinderen onder de banken zodat de bus uiteindelijk schijnbaar leeg de Tolstraat in reed waar de diverse ouders ons al weer  stonden op te wachten. De bus reed door en maakte nog een rondje en keerde weer terug, nu met ons op de banken. Het was een algemeen gebruik, het hoorde er bij. Eenmaal thuis deed ik de meest enthousiaste verhalen.

Verder organiseerde de school niet zoveel. Ik kan me herinneren dat er ooit eens glasblazer keer zijn kunsten mocht vertonen in het gymnastieklokaal. Je kon daarna staafjes glas kopen om dan thuis zelf te experimenteren

Verder was er ook een keer sprake van marionetten speler eveneens in het gymnastieklokaal

klaar.jpg

In die periode ontstond het fenomeen van zgn. verkeersbrigadiers, die

kinderen uit de lagere klassen hielpen bij het oversteken op vaste punten van drukke straten vlak bij de school, veilig over konden steken. Leerlingen uit de zesde klas van de lager scholen konden daartoe aangewezen worden om dan een vaste groep te vormen waaruit bij toerbuurt “dienst” werd gedaan. Door de verkeerspolitie waren daartoe oude witgeschilderde Engelse legerkoppels en een spiegeleiborden ter beschikking gesteld, en lange winddichte jassen en zuidwesters die de verkeersbrigadiers kondend dragen, afhankelijk van de weersomstandigheid.

Ook op onze school was er een groep vaste verkeersbrigadiers aangewezen, waarvan er iedere week twee dienst deden volgens een rooster. Er werd een post bemand in de van Woustraat, vlak bij de kruising met de Tolstraat. Ze moesten ongeveer een kwartier voordat de school begon aanwezig zijn op straat om schoolgaande kinderen te begeleiden bij het oversteken. Deze werden dan opgesteld langs de stoeprand met aan elke kant een verkeersbrigadier. Als het verkeer het toeliet werd er door hen “klaar…overr” geroepen en vervolgens stak de rij kinderen de straat over (gezien die uitroep werden de verkeersbrigadiers vooral “klaar-overs” genoemd). Dit ging zo door tot het aanbod van kinderen ophield en de school bijna was begonnen. De “klaar-overs” kwamen dan ook altijd wat later de school binnen en ook mochten ze aan het einde van de morgen of middag wat eerder de klas uit om de leerlingen weer op te vangen.  

Vanaf september 1952 ging ik naar de eerste klas van de lagere school, De klas bevond zich op de eerste verdieping aan de straatzijde en dan rechts van het trappenhuis.

Ik vond het enerverend toen ik voor het eerst die klas betrad, die geleid werd door de lieve charmante juffrouw Groos en wat was ik trots ik dat ik nu echt op school zat. Nu leerde ik immers lezen, schrijven, rekenen en tekenen; nu begon het serieuze werk. Dat was al te merken aan de inrichting en het meubilair van het lokaal zoals de aanwezigheid van het zwarte schoolbord aan de wand en de strenge banken met de gekrulde gietijzeren onderstellen, maar vooral ook aan de discipline waar we nu mee te maken kregen. Er werd nu meer op toegezien dat voor aanvang van de school de leerlingen netjes in de rij stonden langs het schoolgebouw om binnengelaten te worden door het schoolhoofd. En aangezien de eerste klas zich bevond op de eerste verdieping, werden ons ook disciplines aangeleerd bij het gebruik van de trap tijdens het verlaten van de school; dat ging in het gelid en op commando.

kroonpen.jpg

Het leren schrijven gebeurde in eerste instantie met behulp van een gewoon potlood. Het kwam er op neer dat we doorzichtig papier kregen om daarmee letters en cijfers over te trekken vanuit een boek met voorbeelden. Tots was ik toen ik voor het eerst met zo’n blaadje naar huis ging. Al tijdens de periode van de kleuterschool had ik, vaak kinderen met zulke blaadjes naar huis zien gaan. En nu had ik dan zelf een dergelijk papiertje. Later in het seizoen leerden we met de kroontjespen schrijven.

We beschikten daartoe over een glazen of porseleinen potje met inkt dat zich bevond in een speciale houder in de bank en dat met een rood schuifje afgesloten kon worden. Die potjes werden geregeld bijgevuld door de juffrouw vanuit een grote fles en ook werden de pennen af en toe verwisseld als ze bot waren geworden. In het begin viel het niet mee om met een pen te schrijven, maar het was wel spannend. Om de pen na gebruik  te kunnen drogen beschikten we over inktlappen of andere attributen daartoe, o.a. gemaakt van schuimrubber in de vorm van beestjes etc. Er bestonden ook mapjes voorzien van zeemleren velletjes. Die inktlappen werden overigens niet door de school verstrekt maar moesten we van huis uit aanschaffen.

aapnootmies.jpg

Bijzondere herinneringen had ik aan het leren lezen, en dan vooral aan de lesmiddelen en boekjes waarmee ik te maken kreeg. In de eerste plaats gold dat het beroemde leesplankje “Aap, Noot Mies”etc. van Hoogeveen met de plaatjes van Jetses en de daarbij behorende schoolplaat, voorstellende een rij huisjes en een school gelegen aan een landweg met daarop de figuren die ook op het leesplankje voorkomen.

ot.jpg

Ook de deeltjes van de bekende serie Pim en Mien werden gebruikt. Maar er was ook nog een andere leestmethode dat bestond uit een aantal deeltjes waarvan ik de titel niet meer weet, maar die ik vooral ook leuk vond om z’n plaatjes aan de hand van ik meen Tjeerd Bottema. De leesstof handelde volgens mij over een oom en twee neefjes. Een plaatje uit een van de deeltjes maakte bijzondere indruk op me, en dat betrof een tekening van een metselaar die dakpannen legt op het dak van een huis in aanbouw (in latere jaren zocht ik in die klas in een van de banken nog wel eens naar het boekje waarin dat plaatje stond als ik zondags de Oranje Kinderkerk bezocht). (In latere schooljaren kwam het soms voor dat een leerling een boekje had van een oudere uitgave of druk en dat dan voorzien was van een ander soort plaatje. Ik vond het dan fascinerend om die plaatjes met elkaar te vergelijken)

 

Prachtig vond ik de behandeling van schoolplaten. Het was een hele gebeurtenis als die vertoond en besproken gingen worden. Van tevoren hing zo’n plaat dan al met de achterkant naar voren aan het schoolbord d.m.v. koperen haken. Na een inleidend praatje van de juffrouw werd de plaat dan plechtig omgedraaid en mochten we er vol bewondering naar kijken en werd er over verteld van wat we te zien kregen. In de eerste klas ging het bij die platen om ambachtelijke onderwerpen, getekend door Jetses, zoals bv. De werking van een houtzaagmolen, het bouwen van een huis, het leven op een boerderij etc. etc. Naast schoolplaten met ambachtelijke onderwerpen, werden ook platen met natuurkundige voorstellingen vertoond. We hadden meen ik in de eerste klas ook een boek, voorzien van kleurige platen over natuurkundige verschijningen, zo kon ik me vooral een plaatje herinneren waarop werd waarop werd gedemonstreerd hoe de wind zich manifesteert op de hoeken van straten, pleinen etc.   

 

Wat het rekenen betreft, daarvan kan ik me niet veel meer herinneren dan dat het vooral om het leren optellen en aftrekken ging en dat juffrouw Groos in de loop van het schooljaar een doos met stempeltjes had aangeschaft in de vorm van verschillenden figuurtjes, zoals een bloem etc. En als we goed ons best hadden gedaan en een aantal sommen goed hadden gemaakt dan kregen we er een mooi stempeltje bij. We mochten ook altijd tekenen als we de sommen af hadden.

 

 

 

gym.jpg

We kregen vanaf de eerste klas ook te maken met gymnastieklessen, die werden gegeven door de gymjuffrouwen als Van der Hoed, Van der Linde en Krebbers

Laatstgenoemde was lange tanige antiek uitziende vrouw met vlechten in het haar die om haar hoofd gedrapeerd lagen. Ze deed op geen enkele wijze denken aan iemand die sportief bezig was met haar lichaam. Ze kon met een stok driftig de maat tikken als we in looppas moesten gaan.

De lessen werden gegeven in een oospronkelijk gewoon lokaal dat later tot gymnastieklokaal was omgebouwd, compleet met klimrekken en ladders aan de wanden en ringen aan het plafond. De vloer was dan ook gewoon gewoon van hout, dat af en toe splinterde. Dan waren er natuurlijk nog andere gymnastiektoestellen zoals de brug, de bok, een stok met houtenballen om daarmee gewicht te heffen, en de lange lage banken. In latere schooljaren werd er uitgeweken naar andere grotere en meer moderne gymnastieklokalen, zoals die van de MULO aan het Borssenburgplein, van een schoolgebouw in de Karel du Jardinstraat en die van een school, gevestigd in het gedeelte van de Van Ostadestraat, voorbij de Ferdinand Bolstraat in de richting van de Ruysdaelkade.

Eerdergenoemd gymnastieklokaal werd trouwens ook gebruikt voor het vertonen van schoolfilms. Daartoe werden van te voren houten luiken voor de ramen geplaatst. Het vertonen zelf gebeurde d.m.v. een grote vierkante projector. Die voorstellingen vonden vooral plaats voor de hogere klassen. Er is een periode geweest dat er bijna ieder dag wel een film werden vertoond. Het zal hebben gegaan om een inhaalslag of misschien als compensatie in verband met ziekte van een leerkracht. Als je naar school kwam en je zag dat de luiken voor de ramen van het gymnastieklokaal waren aangebracht dan wist je dat er films zouden worden gedraaid.

 

Zoals gezegd was Juffrouw Groos een lieve charmante vrouw. Ze was geduldig, gaf nooit strafwerk etc. Als ze Bijbelse verhalen ging vertellen of voorlezen luisterden we geboeid. Ik zat voorin in de klas in de middelste rij en af en toe kwam ze bij mij op de hoek van de bank ging zitten als ze ging vertellen of voorlezen. Ik vond dat prachtig en op mijn manier was ik werkelijk een beetje verkikkerd op haar. Juffrouw Groos kon mooie tekeningen maken op het bord, bv. bij speciale gelegenheden zoals het naderende sinterklaasfeest of Kerstmis. Ze gebruikte daarbij dan vierkante kleurkrijtjes. Zo’n tekening werd gemaakt buiten het gezichtsveld van de kinderen, dus achter het bord, of en vooral op momenten dat we niet op school waren. Groot was dan de verrassing als we de tekening in alle glorie mochten bewonderen.

 

Ter gelegenheid van de verjaardag van juffrouw Groos werd er feest gevierd in de klas. Ze had voor die gelegenheid een dia projector gehuurd en aan de hand van lichtbeelden werd er een sprookje of verhaaltje vertoond.

In de loop van het leerjaar kwam juffrouw Groos bij alle leerlingen een keer ’s avonds aan huis. Ze deed dat op een tijdstip dat de kinderen al op bed lagen.             

Maar er was ook iets droevigs aan haar. Het gebeurde n.l. een aantal keren dat ze zo maar, ogenschijnlijk zonder enige aanleiding begon te huilen en daarbij zelfs af en toe de klas uitliep Het had niets met de sfeer in klas te maken want alle kinderen waren even gek op haar. Haar verdriet moet dan ook in de privťsfeer hebben gelegen.

Er kwam zelfs een periode dat ze weken lang moest verzuimen.

Die periode van afwezigheid viel meen ik net samen met die waarin de watersnoodramp plaats vond, dus in februari 1953. We kregen toen tijdelijk een vervangster die de gewoonte had om een kussen op haar stoel te leggen. Een klasgenootje was toen op het idee gekomen om een “windenlater” mee te nemen, een soort van platte ballon die onder druk nogal obscene geluiden produceerde. Die ballon werd onder het kussen gelegd, met als gevolg het beoogde resultaat

 

ramp.jpg

Eerdergenoemde watersnoodramp vond plaats in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari. Ik was die dagen er na erg onder de indruk van de foto’s die ervan in de krant verschenen. Tijdens tekenen maakte ik in die dagen in de klas eens een tekening van de ramp. Een poosje daarna kwam er een herinnerings- of herdenkingsboek uit over de watersnood, genaamd “De Ramp”. Ook dat boek maakte indruk op me vanwege de foto’s die er in stonden.

 

Zoals gezegd lag het lokaal van de eerste klas aan de straatkant en dus aan de noordkant van de school. De tegenoverliggende binnenmuur van het lokaal die aan een toiletruimte grensde was ruim voorzien van raamwerk en als het nu zonnig was dan schenen de zonnestralen naar binnen en dat was vooral het geval in het najaar of voorjaar als de zon nog vrij laag aan de hemel stond. Het gaf een heel aparte en vrolijke sfeer. Vooral op de zaterdagmorgen kreeg het voor mij extra betekenis want dan kon ik me al verkneukelen op de komend vrije middag en zaterdagavond.

Dat vrolijk schijnen van het zonlicht door het raamwerk van de klas gold dan als een soort van voorpret.   

 

Ik doorliep de eerste klas als een gemiddelde leerling en vanaf september 1953 bezocht ik de tweede klas Het lokaal daarvan bevond zich eveneens op de eerste verdieping en aan de straatkant, maar dan aan de linkerkant van het gebouw tegenover de eerste klas.Het was voor mij in eerste instantie wel een overgang dat ik nu bij de wat stugger lijkende juffrouw Theunissen terecht was gekomen. Maar al snel zou blijken dat ook zij best aardig was.

Maar in de tweede klas kwam ik wat dat betreft niets tekort want ook juffrouw Theunissen hield van zingen. Zo leerde ze ons liedjes als: “Jan mijne man wou ruiter worden” en “Een emmertje van blik”. Dat zingen gaf vooral op donkere regenachtige dagen iets “knussigs” (er was een liedje dat voor mij boven alles stak uit om z’n mooie melodie. Helaas ben die tekst en melodie vergeten maar ik weet dat het om dwarrelende sneeuwvlokjes ging en dat het liedje in ieder geval veel indruk op me maakte).

 

In de adventsperiode leerde juffrouw Theunissen ons een gezang dat ik nog niet gekend had, n.l. “Heft op Uw hoofden poorten wijd”. Ik kan me herinneren dat er kerstfeest werd gevierd in de klas, dat er een kerstboom in de klas stond en dat we allemaal een kaars in een standaardje hadden mogen meenemen en dat we die kaars

’s middags op de schoolbank op een bepaald moment mochten aansteken, tegelijk met de (echte) kaarsjes in de kerstboom.

 

In de periode dat de paasdagen naderden leerde juffrouw Theunissen ons de prachtige melodie van Hšndel die bekend is als: “U zij de Glorie”. Maar zij leerde ons daarbij de Franse tekst ”a Toi la Gloire”. Uiteraard vertelde juffrouw Theunissen ons in die dagen ook de Lijdensgeschiedenis, en het verhaal van de kruisiging had zo’n diepe indruk op me gemaakt (vooral ook omdat de juffrouw ons een plaat liet uit een kinderbijbel waarop de gebeurtenis zeer realistisch was uitgebeeld).

 

Omdat ik in deze klas dicht bij de raamkant zat raakte ik gefascineerd door de bedrijvigheden in en rond het gebouw van de CoŲperatie tegenover de school.

Dat was vooral het geval als het buiten het donker of regenachtig was en ik dan achter de kleine verlichte ramen van het pakhuis de mensen aan het werk zag. In de gevel bevonden zich op straatniveau twee lage metalen schuifluiken, die open  geschoven konden worden om goederen te lossen in de lager gelegen grote kelderruimte Boven die schuifluiken bevonden zich ongeveer een meter boven straatniveau, eveneens twee deuren die toegang gaven tot de eerste verdieping van het pakhuis voor hetzelfde doel. Vaak stonden die luiken en/of deuren open en tijdens het speelkwartier kon je dan naar binnen kijken.

 

1.jpg
2x juf v d Horst en meester Cappon

Dankzij een klassenfoto weet ik me nog een aantal jongens en meisjes te herinneren in klas. Wat de jongens betrof ging het dan om: o.a. Henk Casembroot, Hans Mooij, Wim Touwslager, Hans van Wiltenburg, Hans Wouters, Wim Versnel, Anton Steenweg, Hans Versteeg. Bert Hartlief, Simon Dral, Ronnie (of Dick?) de Greef en Hans Binnenmarsch

 

De meisjes in de klas betroffen o.a.:  Edith de Jong, Roelie Visser,Joke Lourens, Thilly Lourens.  Anneke Mooi. Willy Lindemans, Loes Spruijt, Tonnie Hoekstra, Ella de Rooij, Ansje Richard, Elsje de Ruijter, Henny Ditmeijer, Ria Hartman, Nannie Volkers, en Drea Le FŤbre.

 

Naast me in de bank zat Hans Binnenmarsch Hij was al een keer blijven zitten en het was een opvallend tenger jongetje. Hij woonde destijds in de Tolstraat in het gedeelte tussen de Van Woustraat en de Robijnstraat, ter hoogte van een toenmalige drogisterij. Hij had nog twee zusjes. Ik kwam op zijn initiatief wat meer met hem in contact en kwam al snel te weten dat hij binnen het gezin om welke reden dan ook achtergesteld werd door vooral z’n moeder. Op een gegeven moment kwam hij ook wel tussen de middag bij me thuis een boterhammetje mee-eten.        

In die periode werden regelmatig op zaterdagavonden, filmvoorstellingen gegeven door de Oranje Kinderkerk in het gymlokaal van de Oranjeschool. Tegen betaling van een dubbeltje kon je de voorstelling bijwonen. Ik mocht er altijd graag naar toe gaan. Ooit zouden Hans Binnenmarsch en ik samen naar zo’n filmvoorstelling gaan. De hele zaterdagmiddag hadden we ons al verkneuterd op de avond die komen zou. Maar toen ik hem ’s avond wilde afhalen mocht hij van z’n moeder niet mee; hij had om welke reden dan ook straf gekregen.

 

Een andere jongen in de klas was genaamd Ronnie (of Dick?) de Greef, een wat mollige jongen met rossig haar. Hij woonde op het Henrick de Keyserplein, vlak tegenover de ingang van de speeltuin. Eens was ik een keer bij hem thuis met nog wat andere klasgenootjes (waarschijnlijk ter gelegenheid van z’n verjaardag) Heel bijzonder was dat Ronnie (of Dick?) in het bezit was van een ouderwetse toverlantaarn waarmee glazen stroken, voorzien van plaatjes geprojecteerd konden worden op de muur en die een verhaaltje voorstelden.

 

Bij een andere klasgenoot, Wim Versnel mocht ik op zijn verjaardag komen in maart 1954, in de Kuiperstraat en wel het deel tussen de Van Woustraat en Amsteldijk.

De woning waarin ik kwam was van het type, voorkamer alkoof achterkamer zoals dat bij nagenoeg alle woningen in die buurt het geval was en ik kwam bij een wat volkse familie terecht. Er liepen in huis al wat kinderen waaronder een jonger zusje van Wim. De ouders lieten haar op een gegeven moment via de grammofoon dansen op de muziek van het liedje “de Speeltuin” dat toen heel populair was.

 

Hans Versteeg woonde schuin tegenover mij in de straat in de richting van de Diamantstraat. Ik haalde hem elke morgen af om samen naar school te gaan. Het was een wat tenger jongetje en z’n moeder wilde maar dat hij elke morgen havermout at en ze stelde mij daarbij ten voorbeeld, als iemand die die pap graag mocht eten.

Z’n vader deed als hobby wat aan goochelen. Toen Hans z’n verjaardag vierde was ik daarbij ook van de partij en z’n vader vertoonde bij die gelegenheid z’n kunsten, iets dat we natuurlijke erg leuk vonden. Een enkele keer kwamen Hans en ik ook wel eens door de week bij elkaar op bezoek. Hij had nog een jonger zusje, alsmede een oma die in de Lutmastraat woonde vlakbij de Amsteldijk. Later ging Hans van school af omdat hij met z’n ouders ging verhuizen.

 

Ella de Rooy, was een wat stil verlegen maar uiterst intelligent meisje met kort blond haar in een pony dat eveneens schuin tegenover mij in de Smaragdstraat woonde, maar dan in de richting van de Amsteldijk. Ze had nog een oudere broer genaamd Jaap en beiden hadden alleen nog hun moeder. Ter gelegenheid van de dodenherdenking op 4 mei 1954 vertelde juffrouw Theunissen in de klas wat over de oorlogstijd. Hierbij kwam ter sprake dat Ella alleen nog maar haar moeder had omdat haar vader als gevolg van de Duitse bezetting onder welke omstandigheid ook, vroegtijdig aan z’n einde gekomen was. We waren allen erg onder de indruk in de klas van dat verhaal (in latere jaren heb ik mij afgevraagd hoe dat biologisch kon, immers Ella was van dezelfde leeftijd als ik en dus ook op z’n minst negen maanden na de bevrijding geboren. Het was natuurlijk wel mogelijk dat de vader van Ella pas na de oorlog bezweken is tengevolge van ontberingen ondergaan tijdens de bezetting.)            

    

 

In die periode kreeg ik voor het eerst te maken met een nieuw fenomeen,

n.l. fascinatie voor meisjes. Zoals gezegd bevond het lokaal van de tweede klas zich aan de straatkant en vanuit de positie waar ik zat had ik o.a. zicht op de bovenste rij woningen, rechts naast het gebouw van de CoŲperatie en schuin tegenover de school. Op een dag ontdekte ik achter een raam van een van die woningen, twee meisje met lichtblond haar in twee vlechten die met elkaar aan het spelen waren. Het moesten zusjes zijn en ik kwam direct onder de indruk van dat tweetal. Het was een tafereel dat ik daarna herhaaldelijk bleef zien en af en toe zag ik dan ook hun moeder die eens kwam kijken hoe het met de meisjes ging. Met hun asblonde jaar leken de meisjes net engeltjes en hoe vaker ik ze daarna zag achter dat raam hoe meer ik gefascineerd raakte; het werd een soort liefde op afstand (later wist dat het om Thea en Tonnie Russer ging).               

 

Maar er zou ook iets tastbaarder komen In onze klas zat o.a. Nannie Volkers en ook voor haar kreeg ik bijzondere belangstelling. Ze woonde in de Tolstraat aan dezelfde zijde als de school maar dan meer in de richting van het Henrick de Keyserplein.

Toen ik een keer in de speeltuin was, kwam ik haar daar tegen. Ze kwam op me af en toen ik haar vertelde dat ik haar wel leuk vond, bekende ze dat het wederzijds was en vanaf die tijd had ik wat meer contact met haar; we kregen zogezegd “verkering”. Ze kwam zelfs op m’n verjaardag. Op een middag bevonden we ons samen op de Jozef IsraŽlskade, ter hoogte van schoenmaker Cowboy. Op die hoogte bevond zich een stenen kade waar bootjes aan gemeerd konden worden, Op een gegeven ging Nannie languit op haar buik liggen om daar te proberen iets uit het water te vissen. Ze had een zomerjurkje aan dat wat omhoog geschoven was en doordat ze een veel te grote onderbroek aan bleek ten hebben, keek ik zo tegen haar blote billen aan. Het was m’n eerste erotische ervaring

kakabouter.jpg

Het was ongeveer ook in deze periode dat klasgenootjes lid werden van de padvinderij en dat zij tengevolge daarvan ze op zaterdagmorgen in uniform verschenen. De meisjes droegen dan een kaki jurk en groenbruine muts voorzien van een gele rand en de jongens liepen rond in korte ribfluwelen broek en kousen, voorzien van een soort van kwastje. Voorts droegen ze een speciaal soort overhemd met daabij een leren geknoopte das en ze hadden een klein groen petje met daartussen gele lijnen op hun hoofd. Verder droegen ze nog een speciale padvindersriem (die ook  werden gebruikt  de jongens die niet lid waren van de padvinderij).

Ook het padvindersfluitje vond ik wel interessant. Overigens ervoer ik het destijds als overdreven dat die klasgenootjes als op school in uniform kwamen, en ik heb er nooit naar getaald om zelf ook lid te worden van de padvinderij

 

Ik meen dat het in dit tweede schooljaar is geweest dat we een keer naar Amsterdam Noord zijn gegaan om daar in het Tolhuis een of andere voorstelling bij te wonen.

 

Hoewel niet chronologisch, is het hier misschien de plaats om herinneringen op te halen over de gezondheidzorg op school. In het Henrick de Keyserstraat, vlak bij het gelijknamige plein bevond (en bevindt) zich een schoolartsencentrum. Hier moesten we elk jaar naar toe voor lichamelijk onderzoek. De lichaamsontwikkeling werd dan gecontroleerd, waarbij gelet werd op gewicht, houding, manier van lopen etc. Verder werd het gezichts- en gehoorvermogen getest. En altijd was er dezelfde wat oudere schoolzuster aanwezig, echt het type van een ouwe vrijster. Nog hoor ik haar woordjes fluisteren tijdens de gehoortest. Die eerste jaren werd ik vergezeld door m’n moeder. Ik vond het altijd wel spannend om er naar toe te gaan en ik kwam er soms wel schoolgenoten tegen. Hoewel ik in latere jaren niet zo groeide en daardoor tenger en klein bleef voor m’n leeftijd, werd daar niet of nauwelijks aandacht aan besteed.

Een van de gevolgen van die onderzoeken was dat klasgenoten ineens met bril op in de klas verschenen, iets dat ik wel interessant vond. Opvallend daarbij was dat altijd een zelfde type montuur werd gedragen. Ik vond het zo interessant dat ik wel eens met het idee gespeeld heb om tijdens een test voor te wenden dat ik niet goed kon zien. Ik heb dat toch maar nooit gedaan omdat het m’n eer te na was. Wel echter werd geconstateerd dat ik behoorlijk kleurenblind was en ben.                    

 

In die tijd bestonden er vakantiekoloniŽn een instelling waar kinderen op advies van de schooldokter, of de huisarts, voor een periode van zes weken naar toe gestuurd konden worden om aan te sterken als dat nodig was. Ook in mijn klas kwam het voor dat kinderen naar zo’n kolonie toegingen en als ze weer terugkwamen dan leek het een eeuwigheid geleden dat ze voor het laatst in de klas hadden gezeten. Het leek me wel wat om ook eens zes weken naar zo’n vakantiekolonie te gaan. Op mijn aandringen en omdat ze me eigenlijk ook wel wat mager en tenger vond, sprak m’n moeder er een keer over met onze huisarts Brandsma, maar deze vond dat helemaal niet nodig dat ik naar zo’n kolonie ging.

Wat in die jaren ook plaatsvond was het controleren van het hoofdhaar van de leerlingen op de aanwezigheid van luizen. Diezelfde schoolzuster van het schoolartsencentrum kwam dan daartoe de klassen bezoeken om met een soort van plastic spatels door ons haar te woelen. Gelijk werd gecontroleerd of onze handen goed gewassen waren. Er werd dan vooral gekeken of we geen zwarte randen onder de nagels hadden.

 

Een spectaculaire en voor menigeen vooral angstige gebeurtenis was het krijgen van injecties. Meestal werden de leerlingen van tevoren gewaarschuwd dat het weer zou gaan gebeuren. Het kamertje van het hoofd der school dat zich bevond op de eerste verdieping aan de straatzijde, werd daartoe ingericht, Zo wie zo was het al een akelig kamertje want hier moest je immers ook komen als je de klas was uitgestuurd (en er hing dan we wat boven je hoofd want meneer Cappon kon dan streng zij en je vooral verwijtend toespreken) Maar in dat kamertje kwamen nu dan tafels te staan, voorzien van witte steriele doeken, sterilisatieketels, maar vooral ook van metaal/glazen injectiespuiten, die er vanwege hun afmetingen dreigend uitzagen.

Zo’n stuk of drie zusters gekleed in verpleegstersuniform moesten de klus klaren om de klassen die er voor in aanmerking kwamen geÔnjecteerd te krijgen. Van te voren hing er in de klas al een nerveuze stemming. Als het onze beurt was werden we gedirigeerd naar het kamertje en stonden dan in de rij te wachten. Hoe dichter ik het kamertje naderde hoe nerveuzer ik werd, al wilde ik dat niet al te veel laten merken aan m’n klasgenootjes en vooral niet aan de meisjes, maar het hart bonsde me in de keel. Dan kwam er het moment dat je aan de beurt was en voelde je na het toedienen van de prik, je arm wat stijf worden, maar wat was het een opluchting als het achter de rug was. De angst maakte nu plaats voor trots dat ik het allemaal toch maar onder gaan had en ik kreeg praatjes ten opzichte van de klasgenootjes die de behandeling nog moesten ondergaan. Met een trots gevoel liep ik terug naar de klas en vergeleek met de andere klasgenoten die klaar waren, de “verwondingen”die we hadden opgelopen. Ik heb nooit meegemaakt dat een leerling tijdens het krijgen van een injectie is flauwgevallen.

Waartegen we precies geÔnjecteerd werden, werd trouwens nooit echt duidelijk gemaakt. Het zullen wel injecties geweest tegen bepaalde kinderziektes of bv. tegen tetanus. Wel weet ik dat er in een bepaalde periode een polio epidemie was uitgebroken en er als gevolg daarvan een actie in het leven geroepen was waarbij ieder schoolkind tegen polio behandeld werd. Deze behandeling bestond uit drie injecties die om de week gegeven werden. Per injectie moest door de ouders wel een gulden worden betaald. Ik meen dat die injecties in de klas werden gegeven.

 

Dan vond er ieder jaar een TBC controle plaats en dat gebeurde gewoon in de klas. Die controle bestond daarin dat door alweer diezelfde zuster, twee pleisters op je borst werden geplakt. Zowel de jongens als meisjes stonden dan met ontbloot bovenlijf voor in de klas (in latere jaren vond ik dat bepaald spannend omdat sommige meisjes al in een vroeg stadium borstvorming begonnen te vertonen). Een van die pleisters bevatte een sterk ruikend crŤme of zalf, terwijl de andere gewoon “droog” bleef.

Een week later werden die pleisters dan weer verwijderd om te zien in hoeverre de huid daaronder verkleurd was ten opzichte van de pleisters met of zonder zalf. Aan de aard van de verkleuring was dan te zien of er aanleiding bestond om te vermoeden dat een leerling besmet was. Ik kan me niet herinneren dat er ooit een klasgenootje is geweest die TBC bleek te hebben.    

Vanaf een bepaald leerjaar (waarschijnlijk na de tandwisseling) werden we om het halfjaar aan een controle onderworpen door de schooltandarts, die daartoe de school bezocht en waar ook hiervoor het kamertje van de heer Cappon werd gebruikt.

Op zichzelf vond ik dat minder spannend dan het krijgen van een injectie, immers het bekijken van je gebit met behulp van een spiegeltje en een haakje was in eerste instantie niet zo ingrijpend, alleen de mogelijke gevolgen waren minder prettig. Een ieder kreeg direct na de controle een groen of een geel formuliertje. Een groen exemplaar betekende dat het  gebit in orde was bevonden maar een geel formuliertje hield in dat je voor verdere behandeling werd verwezen naar een of ander tandheelkundig centrum ergens in de Tweede Helmersstraat straat in de buurt bij het Wilhelmina Gasthuis. (Later moest ik me in geval van tandarts bezoek vervoegen bij een centrum aan de Vrijheidslaan (of toen nog Stalinlaan?). Daar kreeg je altijd een bedrukt vloeiblad na de behandeling. Nog weer later kwam ik terecht bij een ziekenfondstandarts in de Berkelstraat. Angst voor de tandarts heb ik gehouden tot en met de tijd van de MULO).

 

Later, nadat ik de tweede klas al had verlaten, nam Juffrouw Theunissen afscheid van school omdat ze nog op latere leeftijd een man had leren kennen waarmee ze in het huwelijk trad. Het afscheid werd officieel gevierd met de leerlingen die bij haar in de klas hadden gezeten. Wie in dat geheel opviel was schoolgenootje Ina Wijnsma. Zij had tot op het moment van afscheid bij juffrouw Theunissen in de klas gezeten en tijdens het afscheidsceremonieel bleek dat er een bijzondere band tussen haar en juffrouw Theunissen had bestaan. Ina werd stevig geknuffeld door de juffrouw en Ina zelf had het er duidelijk moeilijk mee dat ze afscheid moest nemen van de juffrouw)

Ook de tweede klas had ik op een normale manier doorlopen en vanaf september 1954 bezocht ik de derde klas. Het lokaal waarin de derde klas gehuisvest was, lag zoals eerder gezegd, naast dat van de tweede klas, aan de achterkant van de school en dus aan de speelplaatszijde, waar de zon ruim baan had. Het was bovendien het lokaal waar zich het harmonium bevond. Ik kwam in de klas te zitten naast Hans van Wiltenburg.

 

De klas werd geleid door “jonge” juffrouw van der Horst. Niet dat ze qua leeftijd bepaald jong was, maar ze werd zo genoemd omdat er ook nog een oudere zuster van haar werkzaam was als leerkracht op school. Ze was in ieder geval ouder dan juffrouw Groos en juffrouw Theunissen. Het was een vrij kleine tengere en vooral tanige vrouwtje. Opvallend waren de dikke aders die haar benige handen bedekten.  Hoewel juffrouw van der Horst niet een echte schoolfrik was,

vond ik haar beslist strenger dan beide voorgaande juffrouwen. Voor het eerst kreeg ik nu ook te maken met het begrip “schoolblijven”. Bovendien was juffrouw Van der Horst nogal eens aan buien onderhevig en kon af en toe flink te keer gaan in de klas. Zelf kreeg ik er eens met woorden van langs toen ik eens een inktvlekje op m’n schoolschrift had veroorzaakt.

In dit verband moet ik zeggen dat ik in dit schooljaar tot de ontdekking kwam dat ook hoofdonderwijzer Cappon zicht bleek te kunnen verliezen in driftbuien.

In de klas zat o.a. Henk Casembroot. Het was een wat volkse flink uit de kluiten gewassen jongen. Hij was zeker niet onverschillig of agressief te noemen.

Misschien was hij wel wat ondeugend of brutaal geweest tegen de juffrouw en misschien was hij al diverse keren de klas uitgestuurd geweest. Hoe dan ook, op een keer kwam Cappon de klas binnenstuiven, liep recht op Henk af en beukte hem toen werkelijk af. Hij ging zo te keer en raakte daarbij zo buiten zichzelf dat hij rood begon aan te lopen  Henk zat in de buitenste rij banken, aan de kant van de tussenwand en Cappon timmerde er zo op los en maakte daarbij met z’n lichaam zulke onbeheerste bewegingen tegen tussenwand kwam dat deze zichtbaar heen en weer gedrukt werd.    

 

Behalve vanwege de persoonlijkheid van juffrouw van der Horst, was de sfeer in vergelijking met de twee voorgaande schooljaren nu ook minder speels omdat er nu veel meer de nadruk werd gelegd op het leren en kennis vergaren. Behalve rekenen, schrijven, lezen, tekenen, kwamen er nu een vak bij als aardrijkskunde (nog herinneren ik me het opdreunen van de rijtjes plaatsnamen in Groningen etc.  en misschien kregen we ook al een beetje vaderlandse geschiedenis. En wat het rekenen betreft, dat werd nu moeilijker omdat we nu te maken kregen met “breuken”.

 

De lessen op het gebied van aardrijkskunde werden vanuit onverwachte hoek verlevendigd door een leerling bij ons in de klas. Zijn vader moest vanwege z’n beroep heel vaak door het land rijden en hij nam daarbij z’n zoon geregeld mee (hoe dat te rijmen viel met de leerplicht weet ik niet). Het gevolg daarvan was dat de juffrouw van de nood en deugd maakte en deze jongen tijdens de aardrijkskundeles liet vertellen over de plaatsen die hij bezocht had.     

 

Ook het jaarlijkse schoolreisje stond dat schooljaar duidelijk in het teken van de aardrijkskunde. We bezochten o.a. de Kaasmarkt te Alkmaar. De weg er naar toe ging toen nog via de pont over het IJ of over het Noordzeekanaal, verder Noord Holland in.

We reden vervolgens door de Zaanstreek waarbij we vele loodsen met houtopslag en een groenteveiling passeerden. Vanwege de toen nog smalle provinciale wegen en het vele vrachtverkeer daarop, werd het een tocht met veel oponthoud onderweg.

 

De Juffrouw mocht dan af en toe wat streng zijn, zij was het dus ook die van die mooie liederen liet zingen waarbij ze ons begeleidde op het harmonium. Nu mocht ik zelf liederen zingen als “Liefde boven alle Liefde” Behalve geestelijke liederen, deed ook juffrouw van der Horst vrij veel aan het leren van gewone schoolliedjes zoals: “Baanveger baanveger zwaai met je bezem” of “Hopsa heisa sa ’t is weer de maand van mei ja, ja” en “Als de winter vlucht voor de lentelucht” Dat liedje van “Baanveger, baanveger” kreeg een speciale betekenis wanneer het ging vriezen en sneeuwen.

 

Gedurende het schooljaar liet juffrouw Van der Horst weten dat ze van plan was om les te gaan geven in Frans en wie interesse had kon zich opgeven. Ik mocht van m’n ouders ook aan die lessen deelnemen, die eens per week werden gegeven na schooltijd op meen ik een woensdagmiddag, in het lokaal van de tweede klas.

Als lesmateriaal kregen we een klein dun boekje met een grijs kaft dat voorzien was van plaatjes die nog stamden uit de jaren twintig. Natuurlijk begonnen de lesjes met zinnetjes als “Papa fumes une pipe”

 

Omdat het lokaal van de derde klas zich niet aan de straatkant bevond had ik geen zicht meer op de twee meisjes met de vlechtjes die voor het raam zaten te spelen,    

 

Maar geen nood, want ik werd me dat schooljaar steeds meer bewust van de aanwezigheid op school van een blond meisje, dat op dat moment in de tweede klas zat bij juffrouw Theunissen. Hoewel ze niet bij mij in de klas zat was ik er er inmiddels achter gekomen dat ze Marja Lotte genaamd was. Ik was erg onder de indruk van haar prachtige blonde en stralende verschijning. Er was me veel aan gelegen om haar aandacht te trekken. Ik kwam op het idee om tijdens het speelkwartier samen met  Hans van Wiltenburg meisjes te gaan “vangen” waarbij ik het dan uiteraard met name op haar had voorzien. Het kwam er op neer dat Hans en ik o.a. op haar toe renden en insloten. Een keer maakten we het zo bont dat we haar ook na schooltijd achterna liepen om haar te “vangen” terwijl ze op weg naar huis was. Nu was ze bang en ze rende hard voor ons uit en uiteindelijk kwamen we terecht in de Burgemeester van Tellegenstraat tot voorbij de P.L. Takstraat waar ze ergens een deur inschoot en dus moest wonen. Het is me nooit gelukt om die aandacht van Marja te krijgen die ik graag gewild had.

 

Gedurende het schooljaar kwam Judith Swart bij mij in de klas te zitten. Zij was weliswaar een blank meisje, maar afkomstig uit Suriname en het opvallende aan haar was, dat ze ondanks haar blanke uiterlijk met een Surinaams accent sprak iets dat so wie so toen nog heel bijzonder was om te horen, toen er nog nauwelijks sprake was van buitenlanders of gekleurde mensen in Amsterdam Judith kwam voor mij te zitten en opvallend was dat ze iedere dag een rood doosje met rozijnen bij zich had. Ze woonde ergens in de Mauvestraat.

 

 

untitled.jpg
ULO / MULO

Ook de derde klas doorliep ik zonder problemen en vanaf september 1955 bezocht ik in de vierde klas. Hoewel de Oranjeschool in principe over voldoende lokalen beschikte was de klas van het vierde leerjaar gevestigd in een lokaal van de M.U.L.O. aan het Borssenburgplein, ergens op de begane grond van het gebouw. Het was een hele verandering en het enige dat voorlopig nog aan de Oranjeschool herinnerde was juffrouw Van der Horst die we ook dat vierde leerjaar behielden als onderwijzeres.

Ik vond de gang naar het Borssenburgplein bepaald niet onplezierig want het schoolgebouw van de M.U.L.O betrof een exponent van de vele schoolgebouwen die in Amsterdam gedurende de twintiger jaren waren verrezen in de bekende stijl van de Amsterdamse School.

De klaslokalen daarvan waren voorzien van  laag geplaatste moderne brede ramen, waardoor het daglicht ruim baan kreeg, dit in vergelijking met die van het oude schoolgebouw in de Tolstraat. Ook de schoolbanken waren anders dan die van de Oranjeschool. We zaten nu in eenvoudige houten banken waarvan de tafelbladen verschoven konden worden waardoor er een opbergvak hetzij geopend, hetzij afgesloten kon worden. Hoewel ook die banken in feite al gedateerd waren, deden ze in ieder geval moderner en vriendelijker aan dan dat massieve donkere meubilair van de Oranjeschool. De afstand naar en van het Borssenburgplein, was ongeveer het zelfde als die naar de Tolstraat. Het speelkwartier werd gehouden op het grote plein dat zich voor de school bevond. Overigens betrof het nog steeds een MULO school en het grappige was dat ik daar leerlingen tegen kwam die ik nog kende van de tijd dat ze nog de Oranjeschool bezochten.

Ik meen me te herinneren dat we dat schooljaar wel eens gymnastiekles kregen van juffrouw Van der Horst en dan op de binnenplaats van de school

nieuwenhuis.jpg
Bierbuik

Nadat ik de vierde klas zonder kleerscheuren had doorlopen bezocht ik vanaf september 1956 weer de Oranjeschool in de Tolstraat waar ik nu in de vijfde klas zat. Het desbetreffende lokaal bevond zich weer aan de donkere straatkant en dan precies boven dat van de eerste klas. Voor het eerst kreeg ik nu te maken met een mannelijke leerkracht in de persoon van de gevreesde meester Nieuwenhuis, bijgenaamd “bierbuik”. Het was inderdaad een grote massieve man met een vierkant hoofd en imposante buik. Hij was brildragend en was altijd gekleed in een driedelig pak. Het was een beetje een morsige kerel die regelmatig stonk naar verschaalde sigarenreuk en die regelmatig in z’n neus peuterde of in z’n oren maar dan met behulp van een poot van z’n bril. En wat de man de man uit z’n neus of oor haalde werd met z’n vingers opgerold en achteloos de klas ingegooid. Behalve dat alles, was hij streng en had ook iets pesterigs in zich. Hij woonde overigens vlak bij mij in de buurt, in de Saffierstraat en in het deel vlak bij de Jozef IsraŽlskade, en vanuit de Smaragdstraat gezien aan de linkerkant van de straat. Behalve een nogal ouderwets uitziende vrouw compleet met knotje in het haar, had hij ook nog een stijve stuurse dochter.

 

toen_en_nu.jpg

We kregen nu (ik dacht voor het eerst) ook les in vaderlandse geschiedenis, waarbij leerboekjes werden gebruikt, aan de hand van W.G. van de Hulst, genaamd “Toen en Nu. en voorzien van illustraties aan de hand van ik meen Isinghs.

 

Waar we ook voor het eerst mee te maken kregen was het wekelijks uit het hoofd leren van een psalm of gezang, die of dat we dan op de maandagochtend moesten kunnen opdreunen, tijdens de “Bijbelse geschiedenis les”. Ik herinner me daarvan nog gezangen als: “Ontwaakt gij die slaapt” en “O Heiland trouwe Heer”.  Overigens had dat instampen bij Bierbuik weinig met christelijk naastenliefde te maken, want owee als je de tekst niet kende!!!    

 

Bij aardrijkskunde werd nu ook Europa behandeld en er werd daarbij vooral veel nadruk gelegd op het kunnen aanwijzen en benoemen van grote plaatsen op een blinde kaart van Europa, en als het je niet lukte dan kon je nablijven om het alsnog goed in je hoofd te stampen waar die plaatsen nu precies lagen.

 

Verder werd er ook nog steeds tijd besteed aan lezen. Ik herinner me daarbij vooral boekjes als “Niek van de Bovenmeester” en “De Rode Vlek”, beide geschreven door W.G. van de Hulst. Vooral het laatste boekje is me bijgebleven. Behalve de plaatjes aan de hand van Tjeerd Bottema trof me het wat ouderwetse taalgebruik Maar het verhaal zelf vond ik spannend en ik kon goed lezen; maar in dat laatste loerde nu meteen ook het gevaar. Tijdens zo’n les moest er bij toerbeurt hardop worden voorgelezen; telken wees Nieuwenhuis hiertoe onwillekeurig een leerling aan. Zaak was het dan ook om bij de les te blijven en niet stiekem vooruit te lezen, want de rapen waren gaar als je plotseling aan de beurt was, maar niet wist waar de vorige leerling was gebleven. Menigeen waaronder ik zelf werd dan ook gesnapt. Ik kon me destijds niet aan de indruk onttrekken dat Nieuwenhuis er gewoon op uit was om je te betrappen want zo zat de man wel in elkaar.

 

Ik kan me zijn manier van lesgeven niet meer precies voor de geest halen. Maar wel weet ik dat hij er zeker niet de persoon naar was om je een beetje extra te stimuleren, extra te begeleiden of extra uitleg te geven als je dat nodig had. Eerder had hij de neiging om je te blameren. Het gevolg was dat als je iets niet snapte, je daar niet of nauwelijks mee voor de dag dorst te komen.

Dat gold voor mij met name op het gebied van rekenen. Doordat ik niet dorst te vragen om nadere uitleg, raakte ik op een gegeven moment steeds verder achterop. Op het laatst begreep ik niets meer. Daar kwam nog bij dat we in dat leerjaar voor het eerst met huiswerk te maken kregen en daarvan kwam dus op rekengebied ook niets terecht.

 

Maar zo slecht als ik in rekenen was geraakt, zo goed was ik in Nederlandse taal, zowel grammaticaal als wat betreft het ontleden. Ik begreep het allemaal erg goed,

dit in tegenstelling tot veel andere leerlingen in de klas, maar een complimentje of pluimpje van Nieuwenhuis, kon er niet af. Inderdaad was het een pedagoog van niets. Beter was het geweest als de man mij eerder onder zijn hoede had genomen op het gebied van rekenen toen hij merkte dat ik achterstand begon op te lopen. In werkelijkheid werd ik alleen maar een soort van mikpunt voor hem. Altijd moest hij mij hebben, althans zo voelde ik dat. Er ontstond bij Nieuwenhuis de gewoonte om mij bij het binnenkomen een “speelse” duw met z’n schoen tegen m’n lichaam te geven als ik hem moest passeren. Maar nu raakte ik geÔrriteerd en begon op wraak te zinnen. En zo kon gebeuren dat ik op een morgen de man als in een reflex bij z’n been greep (waarbij ik ontdekte dat hij nog hoge schoenen en sokophouders droeg) toen hij mij weer eens een speels trapje zou geven, en het gevolg was dat hij z’n uiterste best moest doen om in balans te blijven en niet te vallen. Maar na die keer had ik daar in ieder geval geen last meer van.

zuiderbad.jpg
Zuiderbad

Verder leerde ik gedurende dat vijfde leerjaar de eerste beginselen op het gebied van de zwemkunst, via het schoolzwemmen dat eens per week gegeven werd in het Zuiderbad. Met een grote bus werden we dan van school opgehaald waarbij Nieuwenhuis ons begeleidde. Meerdere scholen bezochten op zo’n middag het zwembad en het viel me daarbij dan altijd op dat de meeste begeleidende leerkrachten een vlotte, moderne maar vooral sympathieke uitstraling hadden in tegenstelling tot de zware, logge stijve, antieke en vooral pesterige vent die ons begeleidde.

 

Ook in dat schooljaar gingen we met schoolreisje en dit maal ging de tocht naar het natuur en golfslagbad te Bilthoven. Het bijzondere daarvan was dat we nu eens niet met de bus maar met de trein reisden dat speciaal voor de Oranjeschool was ingezet. We vertrokken vanaf het Muiderpoortstation. Een paar details kan ik me nog herinneren. Teneerste het feit dat we met de trein waren aangekomen op een station om daarna in tegengestelde richting weer verder te gaan, dus net alsof we weer terugreden. Kennelijk waren we bij een kopstation geweest.

 

Gedurende het vijfde leerjaar zat o.a. Robbie Vastenburg een korte periode bij mij in de klas. Hij was een jongen die schuin tegenover de achterkant van de school in de Lutmastraat woonde, vlak bij de hoek met de Mauvestraat in bovenwoning op de derde verdieping, ter hoogte van het tijdschriftenwinkeltje van de vader van Wim de Jong, een jongen die eveneens de Oranjeschool bezocht (dat winkeltje viel op doordat er ook nogal gewaagde in tijdschriften verkocht werden). Eens kwam ik even een keer bij Robbie thuis. Bij die gelegenheid liet hij me een projectietoestelletje zien waarmee je filmpjes met stilstaande beelden kon vertonen. Zelf had ik ook zo’n toestelletje maar die van Robbie was een mooier exemplaar. Vrij kort na dat bezoek bereikte ons op school het tragische bericht dat het jongste zusje van Robbie (waarschijnlijk het meisje dat ik had gezien) vanaf het achterbalkon van de woning was gevallen en daarbij was komen te overlijden. In een onbewaakt ogenblik had het meisje kans gezien de veranda op te komen met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Op school waren we allemaal erg onder de indruk van het gebeuren. Robbie en z’n jongere zusje Gonnie kwamen die eerste dagen na het drama niet op school. Het moment dat de begrafenis stoet vanaf de woning vertrok heb ik bij kunnen wonen omdat dit alles vlak na na schooltijd plaatsvond (of tijdens de pauze?). Korte tijd daarna kwam Robbie weer bij ons in de klas. Er was weinig aan hem te merken, maar het was altijd al een stille jongen.         

 

Ondanks m’n slechte leerprestaties op het gebied van rekenen, ging ik toch nog voorwaardelijk over. Tegen het einde van dat schooljaar ging m’n moeder op een avond samen met mij naar school om het rapport in ontvangst te nemen. (waarschijnlijk was m’n moeder op verzoek van school meegekomen om over m’n leerprestaties te praten; althans ik kon me niet herinneren dat het eerder gebeurd was bij het in ontvangst nemen van een rapport)  Ik verkeerde op dat moment nog in spanning of ik wel of niet zou blijven zitten. We betraden het schoolgebouw en op de bovenste verdieping verdween m’n moeder even later in het klaslokaal om met Nieuwenhuis te praten, terwijl ikzelf in het trappenhuis bleef wachten. Daar zag ik een nogal stijf geklede dame van middelbare leeftijd staan met een knotje achter in haar nek. Omdat ze de enige was die op dat moment aanwezig was wekte ze m’n nieuwsgierigheid en ik vroeg me af of ze soms de moeder was van een leerling. Tot m’n schaamte antwoordde ze glimlachend dat ze de vrouw was van Nieuwenhuis. Pas vanaf dat moment wist ik wie ze was als ze later wel eens door de buurt liep. Ik geloof dat zelfs Nieuwenhuis moest lachen toen hij het verhaal later hoorde.

Uiteindelijk kreeg m’n moeder te horen dat ik toch voorwaardelijk over ging

 

Het lokaal van de zesde klas bevond zich eveneens op de tweede en bovenste verdieping schuin tegenover dat van de vijfde klas, precies boven dat van de derde klas, gelegen aan de speelplaats en dus zonnige kant van de school. Vanuit de ramen keken we op de kruin van de grote plataan die de speelplaats geheel overschaduwde. Links boven in de muur aan de voorkant van de klas waar de schoolborden hingen, bevond zich een klein raam dat uitzicht bood op een soort van bordesje dat vanuit het trappenhuis via een kleine trap te bereiken was en waarlangs een drietal jongenstoiletten gelegen waren. Dat raampje was natuurlijk bedacht en bedoeld om leerlingen in de gaten te kunnen houden. Maar andersom bood het de gelegenheid om boven het hoofd van de juffrouw gekke gebaren te maken naar de leerlingen in de klas

 

Juffrouw van der Horst was een verhaal apart. Om het minst en geringste kon ze te keer gaan en een tirade houden die werkelijk in geen verhouding stond tot wat er in de klas gebeurde. Altijd leek ze bedacht te zijn op onregelmatigheden in de klas. Altijd spiedde ze bij voorbaat al argwanend rond, speurend naar onraad. Zelfs als ze

’s maandagochtend bij de Bijbelse geschiedenisles achter het harmonium zat om ons een nieuw lied te leren (o.a. “Ruys O Godsstroom der Genade”), keek ze nog met priemende ogen de klas in terwijl ze zich een ongeluk trapte om nog enig lucht te krijgen in het instrument dat voor in de klas stond en links bij het raam. En als er dan iets gebeurde in de klas wat volgens haar niet kon, dan stond ze met een ruk op gooide klep van het harmonium dicht en liep weer rond met een vuurrood hoofd. Zo’n vertoning kon zich wel een paar maal op een morgen herhalen.

IntuÔtief voelden we aan dat dit niet klopte en dat er iets niet in orde was met haar. We namen haar niet serieus en hoe meer ze tierde, hoe meer ze haar gezag verloor. Ze was duidelijk van het type dat geen orde kon houden  We voelden dat we haar als klas aankonden en vonden het zelfs leuk om haar razend te krijgen en daar was dus niet veel voor nodig. De meest beproefde methode was “joelen”. Dit hield dat zodra juffrouw v/d Horst de klas binnenkwam, de hele klas zachtjes een soort van sireneachtig geluid begon te produceren dat dan langzaam aanzwol. Binnen een oogwenk werd het gelaat van de juffrouw  zo rood als een tomaat; Haar mond en trouwens haar hele gezicht begon rare grimassen te vertonen en vervolgens werd een aantal onverstaanbare klanken uitgestoten, vaak gepaard gaande met het sproeien van overvloedig speeksel, wat ooit een brutale jongen voorin de klas de vraag ontlokte of de juffrouw geen paraplu voor hem had en wat haar staat van opwinding natuurlijk alleen nog maar erger maakte. Ze liep dan heen en weer over het podium, stampte daarbij driftig op de vloer en beukte soms met haar vuist op het schoolbord. En in dat laatste zagen we dan weer een nieuwe mogelijkheid en variant om haar te pesten. Aan de schoolborden hingen losse koperen haken waaraan schoolplaten of  kaarten  konden worden opgehangen. We kwamen op het idee om die haken op scherp te zetten zodat deze bij de minste of geringste beweging van het bord zouden vallen. Voor de rest was het een koud kunstje om juffrouw v/d Horst zover te krijgen dat ze weer eens met haar vuist op het bord beukte met alle gevolgen van dien. Haar drift kon dan ten top stijgen tot huilens toe. Een keer hadden we het wel heel bont gemaakt, door het tafeltje waaraan ze altijd placht te zitten, op scherp te zetten op de rand van het podium. Het was verder een kwestie van afwachten totdat ze plaats zou nemen zodat even later inderdaad het tafeltje half het podium afduvelde. Binnen seconden was ze bezeten van woede, maakte oncontroleerbare bewegingen raasde en tierde, liep voor de klas heen en weer en tot overmaat van ramp viel ze languit over de rand van het podium. Dat was teveel en huilend haastte ze zich nu de klas uit. Even later kwam de heer Cappon zeer verontwaardigd de klas binnen om ons de les te lezen. Juffrouw v/d Horst is daarna een tijdje op non actief geweest..Wat wij als klas hadden gedaan kon natuurlijk niet door de beugel. Maar het had ook aan haar eigen gedrag gelegen.

(later heb ik wel eens gehoord dat ze aanvankelijk lerares was geweest op een H.B.S., welke functie ze wegens zware overspannenheid had moeten opgeven. Maar in wezen was ze ook nauwelijks geschikt om als onderwijzeres op een lagere school te functioneren). 

Toch was juffrouw v/d Horst in wezen een vriendelijke vrouw en er kon ook echt sprake zijn van een intieme sfeer in de klas. Zo stond er inderdaad, weer een harmonium in de klas en ik vond het prachtig als ze het ging bespelen, iets dat ze redelijk goed deed.  Ze gebruikte het instrument met name als ze op een maandagmorgen een nieuw gezang met ons wilde instuderen. In het begin speelde ze dan slechts met een vinger, dus eentonig om ons de melodie in te prenten en dan regel voor regel. Wanneer we de melodie eenmaal kenden, zongen we het gezang in z’n geheel uit waarbij juffrouw v/d Horst ons dan bij wijze van beloning, vierstemmig begeleidde en dat vond ik altijd schitterend. Er zijn me met name twee gezangen bijgebleven die toen indruk op me maakte, n.l. “Een vaste Burcht is onze God” die we rond de “Hervormingsdag” leerden zingen en het “O eeuw’ge Vader sterk in macht”.

Dat laatste gezang leerden we op een stormachtige maandagmorgen, ergens in het najaar van 1957. Ik weet nog dat er in de klas een aparte feer heerste, juist vanwege het feit dat het buiten donker was, en er sprake was storm. Juffrouw v/d Horst had ons niet voor niets juist die morgen dat lied  geleerd.

 

Van de tijd rond Kerstmis kan ik me herinneren dat we het lied “Heerlijk klonk het lied de Eng’len” leerden zingen en rond de Lijdenstijd  het gezang “Lam Gods dat men onschuldig”, dit als tegenhanger van het meer bekende “Lam Gods dat zo onschuldig “

 

Omdat het de zesde klas was werden er aan het begin van het schooljaar een aantal leerlingen aangewezen die gedurende het schooljaar  tot de groep van verkeersbrigadiers zouden gaan behoren. Ik had ook daar ook graag bij gewild,  omdat ik dat baantje wel wat vond hebben, maar het ging vooralsnog aan mijn neus voorbij.  

 

Ook nu kan ik dankzij een klassenfoto weer voor een deel terughalen welke jongens en meisjes deel uitmaakten van de klas.

Wat de jongen betreft waren dat: o.a. Simon Dral, Hans Rugenbrink,  Johan Brambach, Henk Groothof, Jacques Tokkie, Anton Steenweg, Hans Wouters, Bert Hartlief, Hans Koning en Gerrie Kleefman.

 

De meisjes in de klas betroffen o.a.

In de klas zaten o.a: Roelie Visser, de zusje Thilly en Joke Lourens, Ennie v/d Bent, Hanneke van Brederode, Truus Fernhout, Coby Buquet, Willy Lindeman, Loes Zurel, Drea LefŤbre, Tonnie Hoekstra, Els de Ruijter, Anneke Mooij, Ella de Rooij en Inca Ducardus.

 

Gerrie Kleefman zat meen ik naast mij. (zijn vader was als koordirigent verbonden geweest aan de Oranje Kinderkerk en had tevens een periode als voorzitter gefungeerd van de jeugdkerk of was zelfs de oprichter daarvan geweest.) Gerrie woonde in de Meerhuizenstraat vlak bij het adres waar destijds ook de acteur Toon Lensink woonachtig was. Er kwam een korte periode dat we samen huiswerk gingen maken maar daar kwam niet veel van terecht. . Van z’n moeder weet ik dat ze zo lekker appeltaart kon bakken Toen ik jarig was kwam ook Gerrie op bezoek en bij die gelegenheid nam hij als cadeau een zelfgebakken appeltaart mee.

 

Jacques Tokkie was een goedige uit de kluiten gewassen jongen van Joodse afkomst die iets ouder  was dan de overige klasgenoten. Hij was geen ster voor wat betreft het leren maar was daarentegen goed in sport en dan met name in voetbal

Ook dat schooljaar werd er weer een sportdag gehouden op de voetbalterreinen van voetbalclub “De Volewijckers” in Amsterdam Noord. M’n ouders kwamen mee om m’n verrichtingen te volgen. Omdat ik tenger was kon ik heel goed rennen en ook gymnastiekoefeningen vormden voor mij geen probleem. ’s Middags werd er een voetbalwedstrijd georganiseerd waaraan ik ook meedeed   

Jacques Tokkie was uiteraard ook van de partij

Er vond gedurende dat schooljaar nog een klein drama plaats dat wel indruk op me maakte. Hans Koning, was een brildragende jongen met kort blond haar, die goed kon leren en woonachtig was in de Van Woustraat, in het blok woonhuizen tussen de Lutmastraat en de Carillonstraat en dan aan de kant van de Smaragdstraat. Toen nu op een dag aan het einde van de morgen de school was uitgegaan en we op weg waren naar huis, werd Hans bij het oversteken van de Van Woustraat (niet op de post bij de klaar-overs) aangereden door ik meen een auto  Ik was er niet bij op het moment dat het gebeurde en toen ik even later ter plekke kwam zag ik Hans al bewusteloos op de grond liggen. Er stonden veel toeschouwers om heen. ’s Middags vertelde de juffrouw aan de andere leerlingen in de klas wat er gebeurd  was. Het bleek dat Hans een zware hersenschudding had opgelopen. Het heeft weken geduurd voordat hij weer op school kwam. Ik ben een keer op ziekenbezoek bij hem geweest

 

In verband met bovenstaande kan ik me ook herinneren dat ooit in de Van Woustraat een hond werd aangereden, door ik meen een tram, ergens ter hoogte van de firma Kok. Toen ik ter plaatse kwam, had het ongeluk reeds plaatsgevonden, maar ook daarvan was ik danig onder de indruk geraakt, omdat de hond het niet had overleefd en omdat ik nog resten van organen van het dier had zien liggen op straat        

 

Halverwege dat schooljaar verliet Ella de Rooy de school omdat ze samen met haar moeder en oudere broer ging emigreren, naar een van de populaire emigratielanden uit die tijd, zoals Canada, AustraliŽ of Nieuw Zeeland. 

 

Met klasgenootje Thilly maakte ik een ongemakkelijk moment mee. Toen ik op een dag naar de wc moest en daartoe de deur van een van de jongenstoiletten langs eerdergenoemd bordes opende trof ik daar Thilly aan met haar broek op de knieŽn. Waarschijnlijk was er sprake geweest van hoge nood en waren de meisjestoiletten bezet geweest. Hoewel per ongeluk, geneerde ik me wel dat ik de deur had open getrokken. Hoe zij zich gevoeld moet hebben weet ik niet.  

 

Waarschijnlijk in het vroege voorjaar van 1958 kwam juffrouw van der Horst bij alle ouders op bezoek om over de prestaties van hun kinderen te praten. Toen de juffrouw bij ons langs was gekomen, lieten mijn ouders weten dat ik graag klaar-over had willen worden. Het bleek voor de juffrouw geen enkel punt te zijn en reeds de volgende dag werd ik ingedeeld bij de klaar-overploeg (hoe dat dan technisch in z’n werk is gegaan weet ik niet; werd er iemand opgeofferd voor mij,  werd de ploeg met twee man uitgebreid, of werden we per persoon bij toerbeurt ingedeeld?). Hoe dan ook het moet leerlingen zijn opgevallen dat ik plotseling meedeed, maar ik heb er nooit een kwaad woord over gehoord. Het bleek in ieder geval dat ook juffrouw van der Horst wel degelijk rekening hield met de leerlingen. De functie van klaar-over bleef ik heel leuk vinden. Bij de post waar wij “dienst deden” bevond zich o.a. slagerij Le FŤbre (Drea was de dochter van de slager) en we mochten dan in die zaak altijd zo lang onze schooltassen neerzetten totdat onze dienst er op zat.

 

In het zesde jaar kregen we in het voorjaar te maken met een driedaags schoolreisje in het kader van het “Vakantie Kinder Feest” en dat juffrouw v/d Horst ook een vriendelijke en milde kant had, zouden we vooral ervaren tijdens deze drie dagen. 

De reis voerde ons naar het Jan Willem Roskamphuis te Nunspeet. Ik kan me nog goed herinneren; hoe we, nadat we met de bus waren aangekomen bij dat witte gebouw midden in de heuvelachtige bossen van Nunspeet, direct heerlijk konden ravotten Opvallend vond ik dat de leerkrachten bij de maaltijd grotere ballen gehakt kregen dan wij, maar dat mocht de pret niet drukken. Het eten werd opgediend in een eetzaal die uitzag op een achter terrein en omgeven door bossen. Uiteraard sliepen de jongens apart van de meisjes. Overigens was het voor het eerst van mijn leven dat ik buiten de familiekring om en in gezelschap van leeftijdgenoten op een slaapzaal kwam te liggen. Ik sliep dan ook licht maar niet in de laatste plaats ook omdat we veel kattenkwaad uithaalden op de zaal. Het waren zorgeloze dagen.

Er werd veel gewandeld. Niet ver van het huis vandaan liep een spoorweg door het bos voorzien van een onbewaakte overgang. Vlak daarbij bevond zich een soort van uitspanning waar we eens een flesje limonade te drinken kregen en waar ik ook direct een harmonium ontdekte die ik even moest uitproberen.

De 2e avond (voor mijn gevoel was ik op dat moment al heel lang van huis).

werd er een zgn. bonte avond georganiseerd die werd gehouden in een  speelzaal die voorzien was van een soort van podium. Met name de leerlingen Johan Brambach en Dick Groothof hadden een groot aandeel in de organisatie Ik vond het allemaal prachtig. Zoals gezegd was er rond juffrouw van der Horst gedurende die dagen sprake van een ware metamorfose. Ze was de beminnelijkheid zelve en was niet kwaad te krijgen. Ze deed overal aan mee, zover als haar leeftijd dat toeliet. Ze praatte veel met ons en trakteerde ons  herhaaldelijk op een frisdrankje, en eenmaal zelfs op een speeltuinbezoek. De opvallendste aangelegenheid vond plaats in de bus naar huis. Tijdens die rit zat daar onze juffrouw v/d Horst zowaar met een van de leerlingen opschoot, en die in slaap was gevallen. De jongen (wiens naam ik ben vergeten) werd zelfs herhaaldelijk door de juffrouw over z’n haar gestreken, waarbij ze aan ons vertelde dat hij snel vermoeid raakte omdat hij vlak na de oorlog was geboren en dus een slechte start had gehad vanwege de gebrekkige voedselvoorziening op dat moment. De gevolgen waren nu merkbaar aldus de juffrouw. Het was tekenend hoe ook deze schijnbaar stuurse vrouw in staat bleek echt lief voor kinderen te zijn

pinkeltje.jpg

Ze las nog wel eens voor uit het boek van kabouter Pinkeltje. Van de les stof zelf kan ik me niet zoveel meer herinneren. Wat betreft het rekenen kreeg ik nu te maken met het leren vermenigvuldigen en het daarbij behorende opdreunen van de formules Er bevond zich in de klas een houten hangkastje met daarin een aantal boeken. Als we klaar waren met taken in de klas, bv. het maken van sommen, dan mochten we uit dat kastje een boek pakken om te lezen. Heel vaak koos ik dan een soort van kinderbijbel omdat er zulke mooie platen in stonden.

 

Ons lokaal grensde aan dat van de derde klas en beiden waren net als de eerste en tweede kleuterklas van elkaar gescheiden door een tussenwand met veel raamwerk en In die derde klas werden regelmatig geestelijke liederen gezongen maar dan onder begeleiding van een harmonium, bespeeld door juffrouw van der Horst. Ik luisterde er met plezier naar. Er waren een paar gezangen onder die me erg aantrokken qua melodie. Vooral gold dat het gezang “Liefde boven alle Liefde” dat ik via die weg voor het eerst hoorde. Ik kon me er al op verheugen dat ik het volgende jaar in de derde klas zou zitten en dan ook die liederen zou zingen. Onder begeleiding van het harmonium

Van het eigenlijke leren of de leerstof in dat zesde leerjaar  kan ik me niet zo heel veel meer herinneren. Op het gebied van lezen is me niets bijgebleven.Wel weet ik nog dat we sommen moesten maken in de klas die dan nagekeken of gecorrigeerd werden door de juffrouw terwijl ze aan haar tafeltje zat. Ik weet ook dat ik heel graag tekende en daarin uitblonk. Het was heel wat toen er op school in dat jaar plakkaatverf kwam en ecoline inkt. Ik kon me er naar hartenlust mee uitleven. We hadden dacht ik altijd op een midddag tekenen..

 

Ik was in de vijfde klas echter al zo achter geraakt, dat ik die achterstand niet meer voldoende had kunnen inlopen. Maar het had ook te maken met een gebrek aan concentratievermogen; ik was speels en gauw afgeleid, en ook gewoon een dromer.

 

Vanaf september 1958 bezocht ik dan voor de tweede keer de zesde klas, die nu geleid werd door de heer Cappon zelf. Zoals eerder gezegd was het een rijzige man met een vierkant hoofd, voorzien van een goudgerande bril. Hij droeg altijd een grijs driedelig pak en het was zeker iemand voor wie je ontzag had. Hij was van Zeeuwse afkomst en woonde destijds in de Uithoornstraat vlakbij de apotheek op de hoek van de Amsteldijk. Hij kon heel minzaam zijn, maar kon zich, zoals eerder gezegd ook verliezen in een driftbui. Zelf heb ik het dat gelukkig nooit hoeven ondervinden.

 

Mijn functie van klaar-over mocht ik in deze klas blijven voortzetten. Als ik dan dienst had, zag ik geregeld voormalige klasgenoten in de van Woustraat lopen,

b.v.  richting Borssenburgplein waar zich de M.U.L.O bevond en vaak werd ik dan vriendelijk gedag gezegd.

 

Halverwege dat leerjaar ging de heer Cappon voor een paar maanden naar de Nederlandse Antillen om daar les te geven op een school. Hoe dat precies in z’n werk is gegaan weet ik niet maar ik geloof dat een zoon van Cappon daar woonde, dat hij daar op bezoek ging en daarbij de gelegenheid heeft gekregen om daar les te geven. We kregen voor hem een vervanger in de persoon van ene meneer Bokma. Het was echt een ouderwetse onderwijzer op leeftijd van Friese afkomst. Wat ik een belevenis vond was dat hij telkens aan het einde van een lesuur een pijp opstak die even later een heerlijk geur verspreidde in de klas.   

 

Gedurende het schooljaar kregen we voor het eerst te maken met een nieuw fenomeen, n.l. het krijgen van les in handenarbeid. Het gold als een tegenhanger van de handwerklessen die de meisjes kregen.(wat de jongens daarvoor tot dan toe in de tussentijd gedaan hebben weet ik niet meer; misschien tekenen of wat lezen).

( het kan ook de al de vijfde klas dus in 1957 geweest zijn dat we handenarbeid kregen? Hans Koster, broer van Lies Koster vertelde n.l. tijdens de reŁnie van de Oranjeschool in 1984  dat hij een keer bij de heer Lourens was geweest voor een inhaalles, net als bij mij het geval was geweest. Terwijl hij daar was stond de radio op dat moment aan. Ineens sprong de heer Lourens op en riep: “Douwe is op de radio, hoor Douwe is op de radio”. Hans wist zich te herinneren dat het om een radiouitzending ging voor een of ander goed doel. Hij meende zich ook te herinneren dat hij mij had horen praten en dat ik ook gespeeld had op een instrument. Dat kon kloppen want ik was in de uitzending geweets  van “Alles op een kaart”van de A.V.R.O.)

 

Het handenarbeid bestond hierin dat we o.a.  met klei gingen werken, alsmede met    pitriet (onderzettertjes) en bamboe (plantenhouders).

De lessen werden gegeven door de heer Lourens die tevens de vader was van

Thilly en Joke, die inmiddels de school hadden verlaten.

van een van die lessen heb ik nog een min of meer blijvende en tastbare herinnering overgehouden in de vorm van een potloodpuntje in m’n neus. Toen we n.l. weer eens les hadden in handenarbeid en de heer Lourens even niet in de klas was, ontstond er een baldadige stemming en op een gegeven moment werd er over en weer met potloden gegooid. Een van die potloden, gegooid door Freddy Entjes, kwam terecht in de rechterzijkant van m’n neus vlak bij m’n oog. Het bloed droop er uit. Pas later ontdekte ik dat er een afgebroken potloodpuntje was achtergebleven, (dat er nog steeds zit. Het zit zo ingekapseld dat het niet nodig is om het te verwijderen).

lourens.jpg
meester Lourens

De heer Lourens bleek een enthousiaste onderwijzer te zijn en op een ander gebied zou hij voor mij belangrijk worden. Door afwezigheid wegens ziekte moest ik later op een gegeven moment op het gebied van handenarbeid nog een les inhalen, teneinde een bepaald werkstukje (ik meen het maken van de pitriet onderzetter) af te krijgen. Hiertoe had de heer Lourens mij, aardig en vriendelijk als hij was, voor een avond bij hem thuis uitgenodigd. Op zich was het al iets bijzonders dat je bij een onderwijzer thuiskwam.Ik hoefde daartoe niet ver voor hoefde te lopen omdat hij in hetzelfde huizenblok bleek te wonen als ik, maar dan in de Saffierstraat, op de hoek met de Diamantstraat, vlakbij de Spar van Eeuwe.

euwe.jpg
hoek SPAR eeuwe

Toen ik die avond huiskamer betrad was het eerste dat me direct opviel, de aanwezigheid van een monumentaal harmonium, versierd met koperen kaarsenhouders of kandelaars. Zo’n groot exemplaar als hier in de huiskamer, had ik nooit eerder gezien. Wat me ook opviel was het type bladmuziek dat stond opgesteld op de lessenaar van het instrument. Ik kon helemaal niet muziek lezen, maar zag wel dat de muziek er afwijkend uitzag,  n.l. verticale in plaats van horizontale lijnen; het ging hier om het “klavarskribo” muziekschrift. Hoewel ik voor de inhaalles voor handenarbeid was gekomen werd ik geheel in beslaggenomen door het “huisorgel” en ik stak die belangstelling ook niet onder stoelen of banken. De heer Lourens vond het geloof ik wel leuk en hij vond het bepaald frappant toen ik na het bestuderen van die verticale lijnen doorkreeg hoe het systeem ongeveer moest werken. Ik vroeg Lourens of hij iets wilde spelen. Hij beloofde dat hij dat zou doen maar dan aan het einde van de handenarbeidles, als ik goed m’n best had gedaan. Inderdaad hield hij zich aan z’n belofte en het bleek dat hij mooi kon spelen en dat het harmonium een prachtig geluid produceerde. Toen hij merkte dat ik werkelijk onder de indruk was en dat ik eigenlijk heel graag zou willen leren spelen, stelde hij me voor om me wekelijks les te geven en dan op een zaterdagavond. Wat was ik verschrikkelijk enthousiast want altijd had ik met bewondering geluisterd als er op school of de kinderkerk op het harmonium werd gespeeld, en nu zou ik dan zelf leren spelen. Vurig keek ik dan ook uit naar de eerstvolgende zaterdagavond dat ik zou beginnen.

De lessen duurde meen ik van zeven tot acht uur. Vrij vlot leerde ik nu spelen, uiteraard via de klavarskribo methode, die makkelijk was om te begrijpen. Het was n.l. zo niet abstract als het gewone muziekschrift, maar meer visueel ingesteld. Het ging bij klavarskribo als het ware om een schematische weergave van te spelen akkoorden op een klavier die dan van boven naar beneden gelezen moesten worden. Ik leerde voornamelijk het spelen van vierstemmige zettingen van geestelijke liederen uit, ik meen een bundel van Johannes de Heer. Het was natuurlijk wel een handicap dat ik thuis niet de beschikking had over een instrument om te oefenen. Desondanks ging ik vooruit en op een gegeven moment had ik met name de het lied “Nader mijn God bij U” goed onder de knie gekregen en ik speelde dat lied op den duur tot vervelens toe. Overigens vertelde de heer Lourens een keer dat hij zelf bezig was met het onder de knie krijgen van het gewone muziekschrift waarbij hij opmerkte dat hij net zo ver was met dat schrift als ik met klavarskribo. De heer Lourens vroeg niets voor dat lesgeven. Maar af en toe gaf m’n moeder me een pakje Chief Wip sigaretten mee, omdat hij dat merk gebruikte.

rookchiefwhip.jpg

Op een avond werd m’n moeder zelfs uitgenodigd om te komen luisteren en hierdoor ontstond een zekere vriendschap tussen haar en de vrouw van Lourens. Het kwam er zelfs van dat ze af en toe bij elkaar over de vloer kwamen. Thilly en Joke zag niet of nauwelijks als ik op zaterdagavond langs kwam.

 

Soms was meester Lourens niet aanwezig  als kwam, maar ik mocht dan even goed blijven om te oefenen. Onder het gezin Lourens woonde een jongen die piano speelde. We kenden elkaar wel van gezicht en toen hij op een gegeven door had dat ik het was die op zaterdagavond het harmonium bespeelde, moest ik ook bij hem komen kijken en luisteren. Omgekeerd kwam hij ook naar mij luisteren als Lourens er weer niet was. Mevrouw Lourens kon ontzettend goed bakken. Meestal als ik kwam hing er wel een heerlijke baklucht in huis en menigmaal kwam het er van dat ik dan een eigen gebakken koekje kreeg of een plakje cake. Vanuit het keukenraam van de familie Lourens, kon je in de verte het raam van onze eigen keuken zien. Ondanks de bijzondere relatie die er tussen de heer Lourens en mij bestond, liet hij daar op school niets van merken; ik trouwens van mijn kant ook niet. Die periode van dat lesgeven op het harmonium heb ik ervaren als een leuke leerzame tijd 

 

door toe doen van familie van de heer Lourens heeft Douwe dit boek gekregen

zangbundel.jpg

klaver.jpg

Opnieuw kan ik dankzij een klassenfoto  voor een deel terughalen welke jongens en meisjes deel uitmaakten van de klas. Wat de jongen betreft waren dat:

o.a. Freddy Entjes, Henk Touwslager, Wim van Dijk, Adri van Oostrum, Henk van Vliet, Dick de Kleuver, Wim Versloot, Ronnie (of Dick) de Greef (deze was in eerder schooljaren blijven zitten maar zat dus nu weerbij mij  in de klas)  en Hans Westerdaal.

 

De meisjes in de klas betroffen o.a.

Loes Vrixks, Annemieke van de Born, Els de Ruijter, Toos Beuving, Edith de Jong (deze was in eerder schooljaren blijven zitten maar zat dus nu weer in den klas bij mij), Willie van Oostveen, Annie Smid, Ria Hartman, Judith Swart (ook deze was in eerder schooljaren blijven zitten maar zat dus nu weer in den klas bij mij), Rita de Vries, Ada Kok en Connie de Jongh.

 

Hans Westerdaal was de jongere broer van Jos. Om mij onbekende reden, maar waarschijnlijk op hij nogal groot en log was droeg hij op school de bijnaam van “berelul”, Het was goedmoedig bedoeld en hij leed er in ieder geval niet onder.                           

 

Ado Kok, verdient ook aparte vermelding omdat zij niemand minder was dan de later zo succesvolle zwemster, die destijds op de Amsteldijk woonde

 

Ergens in dat schooljaar werd er door de Amsterdamse Verkeerspolitie een feestelijke middag georganiseerd in het City theater t.b.v. de klaar-overs. Ik ging er heen, samen met klasgenoten Adri van Oostrum en Henk van Vliet die beiden ook deel uitmaakten van de klaar-overgroep.

 

Op een gegeven moment kwamen er twee negerjongens die in de buurt van de Talmastraat woonden, onze school bezoeken, Dat was wel iets heel opzienbarends want het betroffen ook nog eens jongens met een pikzwarte huid. Opvallend was hoe lenig, ja katachtig ze zich bewogen en ze leken wel regelrecht uit de rimboe te komen.

De jongens waren vooral goed in sport en in de Talmastraat zag je ze altijd voetballen Ze werden op school door de leerkrachten in de watten gelegd en niet in het minst door de heer Cappon zelf die reeds van te voren en met groot enthousiasme hun komst had aangekondigd. (Misschien had hij er wel voor gezorgd dat die jongens naar Nederland waren gekomen).     

 

Ook in dit schooljaar hadden we een driedaags schoolreisje vanwege het “Vakantie Kinderfeest” dat nu naar Renkum voerde.Ik vond de reis in tegenstelling van het reisje naar Nunspeet minder geslaagd. Het huis waarin we nu werden ondergebracht was ouderwets statig en oogde minder vriendelijk dan dat in Nunspeet We sliepen op een grote hoge zaal Ook de omgeving waarin het huis gelegen was bood minder gelegenheid om te spelen dan het bosrijke en heuvelachtige gebied rondom het huis in Nunspeet. Ook nu waren de heer Cappon en juffrouw van der Horst van de partij  

kasteel.jpg
oorlogsmuseum kasteel Doorwerth

Wat  indruk op me maakte tijdens die dagen, was een bezoek aan het Airbornemuseum, destijds ondergebracht in kasteel Doorwerth, en dat alles te maken had met de beruchte slag om Arnhem die tijdens de oorlog in september 1944 in die streek had plaatsgevonden en waaraan met name Britse en Poolse luchtlandingstroepen hadden deelgenomen. Er was destijds vooral flink gevochten in de omgeving van Renkum en Oosterbeek, dus de plek waar wij logeerden. In verband daarmede waren de heer Cappon en juffrouw v/d Horst op het idee gekomen om een bezoek te brengen aan dat museum. Nu wist ik toen nog niets van militaire slagen etc. en dus ook niets over de slag om Arnhem (onderweg naar het museum vertelden Cappon en v/d Horst ons het een en ander). Desondanks vond ik het wel interessant. Zo wie zo stond voor het museum een Sherman tank opgesteld waarop je mocht klimmen. Het museum zelf bevatte naast uniformen, wapens, parachutes, kaarten etc. ook een fototentoonstelling. Daarvan maakte met name een foto grote indruk op me. Er was op te zien hoe een Duitse soldaat zodanig dodelijk getroffen uit het opengeslagen portier van een auto hing dat hij met z’n hoofd op de grond lag. Ik had daarbij stellig de indruk dat de hele hoofdhuid met haar en al van de schedel was gescheurd, ja dat de hersenen op straat lagen. De foto maakte zelfs zo’n indruk op me dat ik er steeds weer terugkeerde om nog eens te kijken.

Na het bezoek aan het museum wandelden we gezamenlijk naar een steenfabriek aan de oever van de Rijn, waar we op een boot speelden die daar vlakbij gemeerd lag. Maar het beeld van de foto uit het museum bleef de rest van de dag zo bij me hangen dat ik de nacht die daarop volgde nauwelijks in slaap kon komen. Daar kwam nog bij dat ik me bewust was dat ik me midden in het gebied bevond waar veel oorlogshandelingen hadden plaatsgevonden en voor het eerst drong die nacht de gruwelijke werkelijkheid van een oorlog tot mij door.

Maar gelukkig waren er ook vrolijke momenten. Evenals de vorige keer maakten we gedurende deze drie dagen veel wandelingen en bezochten ook een speeltuin.

Aan het einde van het driedaagse uitje kocht ik als presentje aan m’n ouders, een mapje met foto’s van het huis waarin we hadden gelogeerd en van de directe omgeving.                         

M’n leerresultaten waren in deze klas wel beter, maar nog steeds nauwelijks voldoende. (In m’n latere leven heb ik me kunnen spiegelen aan andere mensen en daarbij heb ik desondanks toch nooit de indruk van mezelf gekregen dat ik dommer was dan de  gemiddelde mens.. Ik heb dan achteraf ook vaak gezocht naar de precieze oorzaak, waarom  ik op de lagere school in een dergelijk situatie terecht was gekomen. Ik kom dan altijd tot de conclusie dat ik, door gebrek aan assertiviteit mijnerzijds maar ook door  gebrek aan de pedagogische vaardigheid van de heer Nieuwenhuis  in de vijfde klas een beslissende achterstand heb opgelopen. Daarnaast is  er ook wel sprake geweest van gebrek aan concentratie en discipline. En misschien zat ik destijds geestelijk niet in evenwicht vanwege het feit dat ik in lichamelijke groei sterk achter was gebleven bij de rest van de klasgenoten) .

Maar men vond dat ik in ieder geval voldoende gepresteerd had om mij een loffelijk ontslag te verlenen en ik mocht me zelfs laten inschrijven voor de M.UL.O.

Ik had, kinderlijk als ik nog was, geen enkel idee wat ik verder wilde gaan leren na de lagere school. M’n ouders beslisten wel voor mij en waarschijnlijk zagen ze me liever de kantoorrichting op gaan, dan dat ik met m’n handen zou komen te werken.

 

In ieder geval kwam er het moment dat ik afscheid zou gaan nemen van de Oranjeschool. Dat afscheid werd officieel gevierd in het gymnastieklokaal, in aanwezigheid van de ouders (waaronder die van mij) en leerkrachten. Er was een vrolijk gedeelte dat was georganiseerd door meester Lourens. Van te voren hadden we onder zijn leiding tijdens de handenarbeid, allerlei trommels en ander slagwerk gemaakt waarmee wij naderhand gingen oefenen in het begeleiden van een grammofoonopname van de Amerikaanse mars “Stars en Stripes”. Daartoe  had Lourens, vlak voordat het afscheid zou plaatsvinden een pick-up meegenomen waarmee in het gymnastieklokaal werd geoefend en het eind resultaat werd op de afscheidsavond ten gehore gebracht.

Natuurlijk was er ook het meer officiŽle gedeelte, waarbij toespraken werden gehouden door diverse leerkrachten en ons het loffelijk ontslag werd uitgereikt.

Zoals een goede christelijke school betaamt, kregen we ook nog iets stichtelijks mee in de vorm van een bijbeltje, een psalm- en gezangboekje of het boek “Uit het boek der boeken” Van te voren hadden we op moeten geven wat we wilden hebben en ik had voor het laatste gekozen. Het betrof en boek met citaten uit de bijbel en het geheel  was geÔllustreerd d.m.v. foto’s van Bijbelse plaatsen uit IsraŽl. De lagere school periode was voorbij en ik kon niet zeggen dat ik met een gevoel van weemoed de school had verlaten en ook in m’n latere leven heb ik altijd met gemengde gevoelens terug gekeken op de periode van de lagere school en dan met name op het vijfde leerjaar onder leiding van die onsympathieke Nieuwenhuis.      

 

Hoewel hij bij mij in de buurt woonde heb ik meester Lourens, na  mijn afscheid van school nooit meer gezien

 

note de heer Lourens is in 1959 naar Osdorp verhuist

34.jpg

Persoonskaart Cornelis Lourens  1920-1998

Cornelis (Cor) Lourens

geb.dinsdag 22-06-1920 Amsterdam 

brandweer, Politie, Hollandia Kattenburg, handenarbeidleraar Oranjeschool Amsterdam en Baarn

† op 77 jarig leeftijd , zondag  31-05-1998 Baarn   gehuwd.

 

Douwe Zeilmaker
schrijver deze site

douwex.jpg

Webmaster Thilly Lampie Lourens

thil_n.jpg